Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.3.8
5.3.8 Wet toezicht effectenverkeer
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285484:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
MvT, Kamerstukken II 1991/92, 22 320, nr. 3, blz. 4.
Wet van 16 november 1995, houdende het opnieuw vaststellen van de Wet toezicht effectenverkeer in verband met de uitvoering van de richtlijn betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten en van de richtlijn betreffende de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen, Kamerstukken II 1994/95, 23 874, Stb. 1995, 574.
CBb 4 september 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BJ8735, AB 2009, 403.
Zie hierna par. 3.10.
Tijdens de parlementaire behandeling van de Aanpassingswet Awb II is de voorgestelde geheimhoudingsbepaling van art. 22 Wte genoemd als voorbeeld van een striktere geheimhoudingsbepaling die gehandhaafd moest blijven.1 Deze strikte geheimhoudingsbepaling werd nadien overgenomen in art. 31 Wte 1995.2 In de jurisprudentie is bevestigd dat de wetgever een besloten systeem van geheimhouding heeft beoogd, behoudens de gevallen waarin openbaarmaking van informatie is toegestaan op grond van Europese richtlijnen.3 Gezien de bijzondere openbaarheidsregeling met uitputtend karakter voorziet de wet niet in een mogelijkheid om in individuele gevallen een afweging te kunnen maken c.q. een ontheffing te verlenen. Met ingang van 1 januari 2007 kwam de Wte 1995 grotendeels te vervallen en werd deze, inclusief de strikte geheimhoudingsbepalingen, geïntegreerd in de Wft.4