De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/2.2.3:2.2.3 Art. 38a WJO
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/2.2.3
2.2.3 Art. 38a WJO
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250208:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het voorgestelde art. 42c WvK is nooit in de wet opgenomen. De voorgestelde regeling en die uit art. 13 lid 3 WJO zijn samengevoegd en in aangepaste vorm opgenomen in art. 38a WJO.1 Op grond van art. 38a WJO was een groepsmaatschappij onder voorwaarden vrijgesteld van de verplichting om de jaarrekening overeenkomstig de vereisten uit de WJO in te richten.2 Kort gezegd moesten alle leden of aandeelhouders hiermee hebben ingestemd en dienden de financiële gegevens van de groepsmaatschappij te zijn geconsolideerd in de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij.
Een belangrijke wijziging ten opzichte van art. 13 lid 3 WJO was dat de vrijstelling ook van toepassing was op groepsmaatschappijen die verplicht waren om een jaarrekening openbaar te maken.3 Voor die gevallen gold echter als aanvullende eis dat de moedermaatschappij zich hoofdelijk aansprakelijk had gesteld voor de aangegane schulden van de groepsmaatschappij, of dat het werkterrein van de groepsmaatschappij zich (nagenoeg) uitsluitend buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen bevond.