Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.2.4.6
2.2.4.6 Het liquiditeitsvereiste
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS603546:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Ook wel aangeduid als de liquiditeitscorrectie. Strikt genomen is geen sprake van een vereiste voor verrekening, maar van een (correctie)bevoegdheid voor de rechter: zie Kortmann in diens NJ-Noot bij het arrest Reuser q.q./Postbank, NJ 2006, 638, onder nr. 5 en Faber 2005, p. 96-97.
Zie Faber 2005, p. 99, Verbintenissenrecht Boek 6 BW, Art. 136, aant. 8 en 9 (R.J.Q. Klomp) en Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-11, p. 203.
HR 11 juli 2003, NJ 2003, 539, PvS, JOR 2003/210. De Hoge Raad beroept zich hierbij - en ook in het hierna te melden arrest van 18 november 2005 (zie de volgende noot) - mede op de strekking van art. 53 Fw, te weten dat ieder schuldeiser van de failliete boedel zijn schuld aan de boedel als 'onderpand' mag beschouwen voor de betaling van zijn vordering. Zie over deze strekking van art. 53 Fw eveneens § 2.3.1. Daarnaast beroept de Hoge Raad zich op het in art. 6:145 BW neergelegde beginsel dat de overgang van een vordering de verweermiddelen van de schuldenaar onverlet laat.
HR 18 november 2005, JOR 2006/28, N.S.G.J. Vermunt, NJ 2006, 190.
Artikel 6:136 BW geeft eveneens een vereiste voor verrekening. Indien een partij als verweer tegen een tegen hem ingestelde vordering een beroep op verrekening doet, kan de rechter dit verweer passeren en de vordering toewijzen, indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is. Dit wordt veelal het liquiditeitsvereiste1 genoemd en valt uiteen in het vereiste van materiële liquiditeit en processuele liquiditeit.2 Volgens artikel 53 lid 3 Fw kan een curator van zijn kant geen beroep op het liquiditeitsvereiste van artikel 6:136 BW doen. Gaat de curator over tot cessie van een tot de boedel behorende vordering, dan kan de cessionaris evenmin een beroep op deze bepaling doen.3 Verder geldt dat bij faillissement van een pandgever van een vordering, de debiteur van de verpande vordering zijn tegenvordering kan verrekenen zonder dat de pandhouder een beroep op het liquiditeitsvereiste van artikel 6:136 BW toekomt.4