Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.6.4.4:5.6.4.4 Wetswijzigingen in de loop van het wetgevingsproces
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.6.4.4
5.6.4.4 Wetswijzigingen in de loop van het wetgevingsproces
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS413779:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Kamerstukken II 2005/06, 30 300 VI, nr. 169, p. 6.
Zie voor de problematiek met betrekking tot (on)voorzienbaarheid van het overgangsrecht par. 9.5.1.
Brief Staatssecretaris van Financiën 4 maart 2004, nr. WDB2004/126U, V-N 2004/15.20 naar aanleiding van vragen van het Tweede Kamerlid Dezentjé Hamming.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op het moment dat een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend, staat niet vast dat de wet overeenkomstig dat wetsvoorstel zal worden gewijzigd.
Ten eerste worden in de loop van het wetgevingsproces regelmatig alternatieve wetswijzigingen voorgesteld. Van een rationeel handelend burger mag worden verwacht dat hij de loop van het wetgevingsproces aandachtig volgt. Waar bij de indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer nog een geringe mate van verwachtingen gerechtvaardigd kon zijn, is die ruimte er naar mijn mening niet meer ingeval in de loop van het wetgevingsproces veranderingen worden aangebracht door middel van een nota van wijziging dan wel de aanname van een amendement. De besluitvorming is in dat geval al zo ver gevorderd dat het onwaarschijnlijk is dat wetswijzigingen die gedurende de behandeling van het wetsvoorstel worden aangebracht alsnog worden teruggedraaid. Een punt van zorg in deze fase van het wetgevingsproces is de aandacht voor overgangsrecht.1 In deze fase van het wetgevingsproces blijft het overgangsrecht vaak onderbelicht. Voor belastingplichtigen die zich in een bestaande toestand bevinden, ontstaat een onzekere situatie. Zij zijn weliswaar op de hoogte van de komende wetswijziging, doch hebben geen zekerheid over het antwoord op de vraag wat de wetswijziging voor hen betekent.2 Vanuit oogpunt van rechtszekerheid is derhalve vereist dat ook in deze fase van het wetgevingsproces expliciet wordt stilgestaan bij de invulling van het overgangsrecht.
Ten tweede worden in de loop van het wetgevingsproces regelmatig aanvullende wijzigingen in een wetsvoorstel opgenomen ter financiering van overige wensen van het kabinet. Als voorbeeld kan de verlaging van het maximum van de pc-regeling per 1 januari 2004 worden genoemd. De volgende kamervraag en antwoord hebben betrekking op de mate waarin werkgevers en werknemers volgens de staatssecretaris van Financiën met deze aanpassing rekening hadden kunnen houden:3
‘3. Deelt u de mening dat werknemers en werkgevers niet redelijkerwijs hebben kunnen anticiperen op de nieuwe regeling die pas medio december 2003 bekend is geworden?
Antwoord op vraag 3:
Nee. De verlaging van het maximum bedrag van de PC privé-regeling is een gevolg van het amendement Dezentjé Hamming c.s. (nummer 57), het amendement Van Vroonhoven-Kok (nummer 68) en het amendement Bussemaker en Van Vroonhoven-Kok (nummer 92) op het Belastingplan 2004 (Kamerstuk 29 210). Deze amendementen werden ingediend ter financiering van de herinvoering van de feestdagenregeling, de verhoging van de combinatiekorting ten behoeve van alfahulpen en de verruiming van de toepassing van de jonggehandicaptenkorting. Deze amendementen bevatten geen overgangsrecht voor de PC privé-regeling. Deze amendementen zijn aangenomen op 13 november 2003. Vanaf dat moment was de verlaging van het maximum voor de PC privé-regeling, evenals de andere wijzigingen van het Belastingplan, bekend voor de werkgevers en werknemers.’
De staatssecretaris gaat mijns inziens terecht ervan uit dat vanaf 13 november 2003 bekend was dat de pc-regeling zou worden aangepast. Vanaf dat moment was de nieuwe regel te voorzien. Zonder aanvullende overgangsmaatregel zouden ook bestaande toestanden onder de nieuwe regel gaan vallen, hetgeen leidt tot maatschappelijk terugwerkende kracht. Indien de wetgever dat niet wenselijk acht, had hiermee bij het opstellen van de amendementen rekening moeten worden gehouden. Met betrekking tot wetswijzigingen die in de loop van het wetgevingsproces worden aangebracht stel ik de voorzienbaarheidsfactor voor zowel particulieren als ondernemers/rechtspersonen op 5.