RvdW 2024/218:Jeugdzaak. Bedreiging van opsporingsambtenaren van Koninklijke Marechaussee tijdens boerenprotesten rond luchthaven Eindhoven in 2020 door (nadat hem stopteken is gegeven) met tractor rakelings langs opsporingsambtenaar te rijden en kort daarna in te rijden op andere opsporingsambtenaar en laat te remmen, art. 285 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet. Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Nadat verdachte door opsporingsambtenaar te kennen was gegeven dat hij niet mocht doorrijden, is hij toch abrupt met tractor gaan rijden en wel zo dicht langs opsporingsambtenaar dat zijn holster door tractor werd geraakt en hij door tractor naar voren werd geduwd. Nadat opsporingsambtenaar nogmaals de verdachte te kennen had gegeven dat hij moest stoppen, is verdachte desondanks doorgereden in de richting van andere opsporingsambtenaar. Nadat ook die opsporingsambtenaar de verdachte had gemaand te stoppen, heeft verdachte zo laat geremd dat die opsporingsambtenaar aan de kant is gegaan en tractor pas voorbij positie van opsporingsambtenaar tot stilstand kwam. ’s Hofs hierop gebaseerde oordeel dat verdachte willens en wetens aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij opsporingsambtenaren de vrees voor overlijden of zwaar letsel zou ontstaan, is niet onbegrijpelijk. Heeft verdachte opzet op ontstaan van vrees bij opsporingsambtenaren? 2. Bewijsklacht. Had hof moeten motiveren waarom het is afgeweken van oordeel kinderrechter dat opzet op bedreiging ontbrak? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Verdachte is ondanks verschillende stoptekens toch abrupt met tractor zo dicht langs opsporingsambtenaar gaan rijden dat diens holster door tractor werd geraakt en hij door tractor naar voren werd geduwd, en is doorgereden in de richting van andere opsporingsambtenaar die ook stopteken gaf en heeft vervolgens zo laat geremd dat die opsporingsambtenaar aan de kant is gegaan en tractor pas voorbij diens positie tot stilstand kwam. Het daarop gebaseerde oordeel van hof dat verdachte willens en wetens aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij opsporingsambtenaren de vrees voor overlijden of zwaar letsel zou ontstaan, is niet onbegrijpelijk. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft vonnis kinderrechter vernietigd en opnieuw recht gedaan, waarbij hof tot andere bewijsbeslissing is gekomen dan kinderrechter. Deze bewijsbeslissing diende hof te motiveren volgens eisen van art. 359 Sv. Uit deze motivering, die ook ingaat op het door verdediging ttz. gevoerde verweer, volgt op zichzelf al waarom hof anders heeft geoordeeld dan kinderrechter. Volgt verwerping.