RvdW 2024/212:Verkopen, verstrekken en vervoeren van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2 onder B Opiumwet). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van ‘aangetroffen wikkels en opgenomen telefoonverkeer’ dan wel strafvermindering m.b.t. telefoontap en observatie, art. 359a Sv. 1. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist dat RC in redelijkheid kon oordelen dat sprake was van verdenking a.b.i. art. 126m lid 1 Sv, terwijl hof niet beschikte over het aan oordeel van RC ten grondslag liggende p-v? 2. Kon hof volstaan met constatering dat niet tijdig op schrift stellen van mondelinge machtiging door RC een onherstelbaar vormverzuim oplevert? 3. Kon hof oordelen dat uitgevoerde observaties niet geschikt zijn geweest om van bepaalde aspecten van persoonlijk leven van verdachte een min of meer compleet beeld te verkrijgen? HR: art. 81 lid 1 RO.