Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/208
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen verduistering van auto (art. 321 Sr) en niet voldoen aan een door agent gegeven bevel (art. 184 lid 1 Sr). Aanwezigheidsrecht, detentie in buitenland (Duitsland) uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegde stukken. Als dagvaarding van verdachte, die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, geldig is betekend en verdachte noch zijn raadsman op tz. is verschenen, kan rechter (behoudens duidelijke aanwijzingen van tegendeel) uitgaan van vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. Mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen als verdachte tijdens behandeling van zijn zaak i.v.m. andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit rechter bekend was. Aan herkomst en betrouwbaarheid van stukken die in cassatie zijn overgelegd, behoeft in redelijkheid niet te worden getwijfeld. Uit die stukken moet worden afgeleid dat verdachte op het moment van behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep al ruim 3 maanden i.v.m. andere zaak was gedetineerd. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat dagvaarding om op tz. in h.b. te verschijnen rechtsgeldig maar niet in persoon is uitgereikt en op die ttz. geen raadsman is verschenen, is ’s hofs beslissing om onderzoek ttz. voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Wegens groot belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet verdachte de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 06-02-2024, ECLI:NL:HR:2024:166
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
21/05379
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:166, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1104, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑12‑2023
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen verduistering van auto (art. 321 Sr) en niet voldoen aan een door agent gegeven bevel (art. 184 lid 1 Sr). Aanwezigheidsrecht, detentie in buitenland (Duitsland) uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegde stukken. Als dagvaarding van verdachte, die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, geldig is betekend en verdachte noch zijn raadsman op tz. is verschenen, kan rechter (behoudens duidelijke aanwijzingen van tegendeel) uitgaan van vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.