RvdW 2024/206:Gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter lid 1 jo. 420bis lid 1 sub b Sr). 1. Afwijzing van een bij appelschriftuur (in zaak van medeverdachte) gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van getuige op de grond dat onderbouwing van verzoek weinig concreet is en niet duidelijk is wat getuige over kluswerkzaamheden zou kunnen verklaren. Is hof op ontoelaatbare wijze vooruitgelopen op hetgeen getuige zou kunnen verklaren? 2. Bewijsklacht ‘afkomstig is uit enig misdrijf’. Heeft hof verwerping van verweer dat verdachte door kluswerkzaamheden aan (zwart) geld zou zijn gekomen, toereikend gemotiveerd? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2024/207.