Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/193
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Insolventierecht. Gehomologeerd akkoord (art. 157 Fw); rechtsgevolgen; niet voor verificatie vatbare vordering; tijdens faillissement lopende rente (art. 128 Fw); grenzen taak rechter.
HR 09-02-2024, ECLI:NL:HR:2024:210
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 februari 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
23/01876
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:210, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑02‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1187, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:554, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑06‑2023
- Wetingang
Samenvatting
Art. 157 Fw bepaalt dat het gehomologeerde akkoord verbindend is voor alle geen voorrang hebbende schuldeisers, zonder uitzondering, onverschillig of zij al dan niet in het faillissement opgekomen zijn. De in art. 157 Fw bedoelde verbindendheid van het gehomologeerde akkoord leidt ertoe dat vorderingen die als gevolg van dat akkoord onvoldaan blijven, niet afdwingbaar zijn, maar als natuurlijke verbintenissen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.