Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/4.3.8:4.3.8 Uitoefening van het recht van pandgebruik bij verzuim
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/4.3.8
4.3.8 Uitoefening van het recht van pandgebruik bij verzuim
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264385:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bevestigend: Voet, Ad Pandectas I, nr. 20.1.21 en 20.5.1-2; Van der Keessel, Praelectiones, nr. 2.48.41; De Blécourt 1939, p. 363-364 en 375. Ontkennend: De Groot, Inleydinge, nr. 2.48.41. Tussenpositie: Huber/Huber, Hedendaegse Rechts-geleertheyt, nr. 2.48.13-17. Zie voor een recent overzicht over executie van zekerheidsrechten in het Rooms-Hollandse recht Steyn 2017, p. 96-101.
Van Bijnkershoek, OT, nr. 1545.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de pandgever in verzuim kwam met de betaling van de gesecureerde vordering, werd de pandhouder bevoegd tot executoriale verkoop van het onderpand. Of dit een bevoegdheid tot parate executie1 was en of de pandhouder termijnen in acht moest nemen, laat ik in het midden.
Als sprake was van een recht van pandgebruik, kon de pandgebruiker zijn recht van pandgebruik blijven uitoefenen nadat het verzuim was ingetreden. Om zijn vordering voldaan te krijgen had de pandhouder de keuze tussen de uitoefening van het recht van pandgebruik en de uitoefening van het recht van executoriale verkoop. Als het onderpand een lage executiewaarde had of moeilijk verkoopbaar was, zal de uitoefening van het recht van pandgebruik een aantrekkelijk alternatief zijn geweest voor executoriale verkoop als op het pandobject geen lager gerangschikte pandrechten rustten. Een voorbeeld van deze situatie is te vinden in Observatie 1545 van Van Bijnkershoek.
In deze zaak had Graaf Hoogstraten een schuld van fl. 45.798 aan Lucius Titius. Tot zekerheid van deze schuld vestigde hij in 1621 een recht van rentepandgebruik op zijn landerijen te Zevenbergen. In die tijd bevond Hoogstraten zich al in financiële moeilijkheden. In 1652 is Hoogstraten spoorloos verdwenen. Het ligt voor de hand dat hij insolvent was. Dit maakte echter niet dat de pandhouder Lucius Titius aanleiding zag om over te gaan tot executie: hij bleef tot het jaar 1700 zijn recht van pandgebruik uitoefenen. Lucius Titius had zijn recht van pandgebruik bijna tachtig jaar uitgeoefend.2