Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.10.4.1
3.10.4.1 Algemeen
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576406:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor wat betreft de situatie in het Verenigd Koninkrijk de Enterprise Act 2002, part 6. Per eind juni 2003 kan de Office of Fair Trading (OFT) ook strafrechtelijk onderzoek verrichten. Bepaalde kartelovertredingen kunnen strafrechtelijk vervolgd worden door de OFF en de Serious Fraud Office. Gevangenisstraffen kunnen, afhankelijk van de ernst van de schending van het mededingingsrecht, oplopen van een maximumstraf van zes maanden tot vijf jaar. Zie de Enterprise Act 2002, sections 188-190.
De toezegging aan de Tweede Kamer is gedaan door de voormalige Minister van Economische Zaken L.J. Brinkhorst; Handelingen II 2005/06, 15 juni 2006, nr. 91, p. 5579; brief van 16 juni 2006, Kamerstukken II 2005/06, 30 071, nr. 27, p. 1-2; Handelingen II 2005/06, 29 augustus 2006, nr. 91, p. 6124.
Handelingen II 2005/06, nr. 91, p. 5562 e.v.
Kamerstukken II 2007/08, 31 200 MEG nr. 76, brief van de Minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer d.d. 24 juli 2008.
Zie Eisen 2007, p. 211-219; Mok 2008, p. 229-231. In het kader van de evaluatie van de Mededingingswet (Kamerstukken II 2004/05, 30 071) heeft het kamerlid Heemskerk (PvdA) een amendement ingediend dat zou moeten leiden tot het strafbaar stellen van het opdracht geven tot dan wel feitelijk leiding geven aan handelingen in strijd met art. 6 lid 1 Mw of art. 24 lid 1 Mw. Volgens het amendement zou de maximale gevangenisstraf zes jaar moeten bedragen, waarbij de strafbaarheid zou moeten worden opgenomen in de Wet op de economische delicten (Kamerstukken II 2005/06, 30 071, nr. 16). Het amendement is door de Tweede Kamer verworpen.
In de vierde tranche Awb wordt voorgesteld dit criterium (opdrachtgevers en feitelijk leidinggevers) voor het gehele boeterecht in te voeren. Zie Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 77 e.v. Zie ook De Bree 2006, p. 208 en Frese 2006, p. 136-142. De Bree wijst hierbij op het feit dat nog niet duidelijk is op wie het oog gericht zal zijn. Zo wijst hij op het feit dat de feitelijke leidinggever in mededingingszaken de persoon kan zijn die de onderhandelingen en besprekingen voert met de mede-kartellisten. Om een bestuurder zoals een directeur of commissaris op grond van het criterium van art. 51 Sr aan te spreken is het op grond van HR 19 november 1985, NJ 1986, 126(Slavenburg I) nodig dat de desbetreffende persoon maatregelen achterwege heeft gelaten ter voorkoming van de verboden gedraging hoewel hij daartoe bevoegd was en redelijkerwijs gehouden was en voorwaardelijk opzettelijk heeft gehandeld (zodat een zekere mate van wetenschap noodzakelijk is, denk aan de wetenschap van eerdere feiten die door de rechtspersoon werden gepleegd). Zie HR 16 december 1986, NJ 1987, 321 m.nt. A.C. 't Hart (Slavenburg II). De Bree 2006, p. 208. Een bestuurder van een onderneming is niet per definitie feitelijk leidinggever aan de kartelovertreding of aan het misbruik maken van een machtspositie.
Motie-Ten Hoopen/Aptroot over invoering van een duaal stelsel (30 071, nr. 29), aangenomen door de Tweede Kamer d.d. 29 augustus 2006, Handelingen II 2005/06, nr. 99, p. 6121.
De laatste tijd is de mogelijke (her)introductie van strafrechtelijke sancties in het mededingingsbeleid van de lidstaten van de EU onderwerp van discussie. In onder meer het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Ierland bestaan vormen van strafrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht.1 In de Verenigde Staten bestaat reeds strafrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht, waarbij bestuurders van ondernemingen achter de tralies kunnen belanden wegens overtreding van de mededingingsregels. Het feit dat een leidinggevende het risico loopt om een celstraf opgelegd te krijgen, kan een grotere afschrikkende werking hebben dan een bestuurlijke boete of een civiele vordering tot verkrijging van schadevergoeding (zie ook § 3.10.4.3).
In Nederland heeft de Minister van Economische Zaken de Tweede Kamer toegezegd gevangenisstraffen wegens inbreuken op de mededingingsregelgeving mogelijk te maken.2 Zoals in § 1.3 reeds besproken had de Tweede Kamer daar op aangedrongen in het kader van de evaluatie van de Mededingingswet.3 Minister van Economische Zaken Van der Hoeven heeft de Tweede Kamer laten weten dat in de eerste helft van 2009 het wetsontwerp kan worden verwacht dat zal voorzien in strafrechtelijke sancties voor leidinggevenden bij mededingingsinbreuken.4 Dit voornemen sluit aan bij de per 1 oktober 2007 ingevoerde mogelijkheid voor de NMa om feitelijk leidinggevenden en opdrachtgevers ook persoonlijk te beboeten tot een maximum van € 450.000 per persoon per overtreding (artikel 56 jo 57 Mw).5 Uit de toelichting bij de gewijzigde Mededingingswet blijkt dat het van overeenkomstige toepassing verklaren van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht (artikel 56 lid 4 Mw) betekent dat een overtreding van de Mededingingswet, gepleegd door de onderneming, ook degenen die tot de overtreding opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven kan worden toegerekend.6 Een persoonlijke boete kan worden opgelegd naast een boete voor de onderneming zelf.
De strafrechtelijke handhaving dient als aanvullend instrument te worden gezien. Bestuurders van ondernemingen (althans de feitelijk leidinggevenden of opdrachtgevers) die handelen in strijd met het kartelverbod of het verbod op het misbruik maken van een machtspositie zullen door de strafrechter kunnen worden veroordeeld tot gevangenisstraf, een vervangende werkstraf, een boete of ontzetting uit het beroep.
Naast de mogelijke introductie van strafrechtelijke sanctionering van bestuurders, leeft ook het idee om de NMa de mogelijkheid te geven zogenaamde strafbeschikkingen op te leggen. Het opleggen van zogenaamde strafbeschikkingen zal dan ook voor het om mogelijk moeten worden. De Tweede Kamer heeft in 2006 een motie aangenomen over de wenselijkheid van een duaal stelsel, waarbij de NMa wordt belast met het toezicht en met het opleggen van kleine boetes en waarbij het opleggen van hoge boetes en persoonlijke straffen is voorbehouden aan de strafrechter.7 Dit zou betekenen dat de mededingingsregels bestuursrechtelijk, privaatrechtelijk en strafrechtelijk kunnen worden gehandhaafd.