Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.8.3
6.8.8.3 Aanvang van de verjaringstermijn
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400790:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS 30 december 2009, AB 2010, 283, m.nt. J.E. van den Brink en W. den Ouden (gemeente Middelharnis). Zie ook CBb 30 juni 2005, LJN AT9209 (A Dairy Products BV) waarin het CBb prejudiciële vragen heeft gesteld omtrent de voortdurende of voortgezette onregelmatigheid en CBb 17 mei 2006, AB 2006, 313, m.nt. A.P.W. Duijkersloot.
HvJEG 11 januari 2007, C-279/05 (Vonk Dairy Products), Jur. 2007, p. 1-239, punten 41 en 44.
Zie punt 9 van de annotatie bij ABRvS 30 december 2009, AB 2010, 283, m.nt. J.E. van den Brink en W. den Ouden (gemeente Middelharnis).
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.10.
Van meeljarige programma's is bij Europese subsidies vrijwel altijd sprake. Een uitzondering biedt het ELGF.
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.10.
De Verordening nr. 2988/95 schrijft dwingend voor dat de verjaringstermijn begint te lopen vanaf de datum waarop de onregelmatigheid is begaan; indien sprake is van een voortdurende of voortgezette onregelmatigheid gaat de verjaringstermijn in op de dag waarop de onregelmatigheid is geëindigd. De wijze van bepalen van de dag waarop de verjaringstermijn ingaat, is derhalve van toepassing op alle Europese subsidies waarbij zich onregelmatigheden voordoen. Zowel nationale uitvoeringsorganen als nationale bestuursrechters moeten hierop bedacht zijn. Om de rechtszekerheid te vergroten verdient het aanbeveling dat in een wet in formele zin die speciaal ziet op de verstrekking van Europese subsidies wordt neergelegd dat de aanvang van de verjaringstermijn wordt bepaald overeenkomstig artikel 3 van de Verordening nr. 2988/95.
De toepasselijkheid van de Verordening nr. 2988/95 kan behoorlijke consequenties hebben. Op grond van de subsidietitel begint de verjaringstermijn pas te lopen op de dag van de bekendmaking van het besluit tot subsidievaststelling. De Europese verjaringstermijn zal in veel gevallen echter eerder beginnen te lopen, hetgeen gunstig is voor de eindontvanger van de Europese subsidie. De onregelmatigheid zal immers doorgaans plaatsvinden op een datum gelegen voor de datum van het besluit tot subsidievaststelling. Indien sprake is van een voortdurende of voortgezette onregelmatigheid begint de verjaringstermijn op de dag waarop de periode waarvoor de subsidie is verleend eindigt. Deze datum zal ook zijn gelegen voor het besluit tot subsidievaststelling.
In een uitspraak van 30 december 2009 komt de ABRvS voor de vraag te staan of sprake is van een voortdurende of voortgezette onregelmatigheid.1 De door de minister vervolgde onregelmatigheid betrof het niet voldoen aan de in de Regeling Europees Sociaal Fonds (1988-1993) neergelegde verplichtingen tot medefinanciering en het voeren van een deugdelijke projectadministratie. De ABRvS oordeelt onder verwijzing naar het arrest Vonk Dairy Products2 dat nu aan de geschonden verplichtingen naar hun aard gedurende de gehele looptijd van het project moet worden voldaan, de door de minister aan de terugvordering ten grondslag gelegde onregelmatigheid als een voortdurende of voortgezette onregelmatigheid worden aangemerkt. Dit betekent dat de ABRvS in voormelde uitspraak van 30 december 2009 tot het oordeel komt dat de verjaringstermijn begint op de dag nadat de periode waarvoor de subsidie is verleend, is geëindigd. In de noot bij deze uitspraak is de vraag opgeworpen of niet ook artikel 3, eerste lid, tweede alinea, laatste zinsnede, van de Verordening nr. 2988/95 van toepassing is, waarin wordt bepaald dat de verjaringstermijn bij meerjarige programma's in elk geval loopt tot de dag waarop het programma definitief wordt afgesloten.3 Zoals in hoofdstuk 5 besproken bestaat over deze bepaling nog geen jurisprudentie van het Hof van Justitie4 en kennelijk voelde de ABRvS er op dit punt weinig voor om prejudiciële vragen te stellen. Indien deze bepaling blijkt zo moet te worden gelezen dat de verjaringstermijn wat betreft Europese meerjarige programma's begint te lopen op de dag dat de Europese Commissie de eindbetaling aan de lidstaat vaststelt,5 betekent dit dat de verjaringstermijn voor Europese subsidies op een veel later tijdstip gaat lopen. Voor de huidige programmaperiode zou de verjaringstermijn mogelijk pas in 2017 ingaan, een en ander afhankelijk van de datum waarop de Europese Commissie de OP’s definitief afsluit.6 De rechtszekerheid van de eindontvanger van de Europese subsidie is daarmee uiteraard niet gediend.