Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.3:6.3 Eerbiediging van de wezenlijke inhoud
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.3
6.3 Eerbiediging van de wezenlijke inhoud
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362980:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: HvJ 17 oktober 2013, zaak C-291/12, (Schwarz), punten 36 en 39; HvJ 22 januari 2013, zaak C-283/11, (Sky Österreich), punten 48 en 49.
HvJ 13 april 2000, zaak C-292/97, (Karlsson), punt 45.
HvJ 11 december 2019, zaak C-708/18, (Asociaţia de Proprietari bloc M5A-ScaraA), punt 53.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede voorwaarde die artikel 52, eerste lid, van het Handvest stelt aan een beperkende maatregel is dat die maatregel de wezenlijke inhoud van het recht, dat wordt beperkt, eerbiedigt. In verschillende zaken komt het Hof van Justitie niet verder dan de constatering dat niet is gebleken, en overigens niet is gesteld, dat de beperkingen de wezenlijke inhoud van deze rechten niet eerbiedigen.1 Volgens de toelichting bij artikel 52, eerste lid, van het Handvest is dit artikel gebaseerd op vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie inzake de beperking van beginselen. De toelichting wijst daarbij op het arrest Karlsson.2 Hierin heeft het Hof van Justitie het volgende overwogen:
“Volgens vaste rechtspraak kan de uitoefening van deze rechten, (…), evenwel aan beperkingen worden onderworpen, voor zover die beperkingen werkelijk beantwoorden aan de doeleinden van algemeen belang die de Gemeenschap nastreeft, en, het nagestreefde doel in aanmerking genomen, niet zijn te beschouwen als een onevenredige en onduldbare ingreep, waardoor de gewaarborgde rechten in hun kern worden aangetast.”
De wezenlijke inhoud van een beginsel wordt geëerbiedigd als de beperkende maatregel het beginsel niet in de kern aantast. Dat wil zeggen dat geen sprake mag zijn van het onmogelijk maken of nagenoeg onmogelijk maken van het beginsel in brede zin. Daarmee lijkt deze voorwaarde categorale beperkingen uit te sluiten.3 Het onderzoek, zoals neergelegd in de paragrafen 6.6.1.e, 6.6.3.a, 6.6.3.b en 6.6.3.d, laat zien dat – onder voorwaarden – hierop in beperkte mate uitzonderingen mogelijk zijn.