Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/6.2.4.3
6.2.4.3 Algemeen belang
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS416272:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 5 januari 2000, nr. 33202/96 (Beyeler/Italië), RJ&D 2000-I, par. 111.
EHRM 21 februari 1986, nr. 8793/79 (James e.a./Verenigd Koninkrijk), Series A98, par. 45 en EHRM 20 juli 2004, nr. 37598/97 (Bäck), FED 2004/709, par. 53.
EHRM 20 juli 2004, nr. 37598/97 (Bäck), par. 68, FED 2004/709.
EHRM 21 februari 1986, nr. 8793/79 (James e.a./Verenigd Koninkrijk), Series A98, par. 46, EHRM 20 november 1995, nr. 17849/91 (Pressos Compania Naviera SA e.a./België), BNB 1996/123 (m.nt. Feteris), par. 37 en EHRM 10 juni 2003, nr. 27793/95 (M.A. e.a./Finland), FED 2003/604.
EHRM 20 november 1995, nr. 17849/91 (Pressos Compania Naviera S.A. e.a./België), BNB 1996/123 (m.nt. Feteris), par. 43 en EHRM 28 oktober 1999, nr. 24846/94 e.a. (Zielinski, Gonzalez e.a./Frankrijk), NJ 2000, 514.
In het kader van toetsing aan art. 1 EP EVRM eist het EHRM dat het doel van de maatregel het algemeen belang dient. Voor de ontnemings- en reguleringsregel is dit expliciet vermeld in art. 1 EP EVRM. Uit de uitspraak van het EHRM in de zaak Beyeler volgt dat dit vereiste ook geldt voor de algemene genotsregel.1
In de zaak James e.a. oordeelde het EHRM inzake toetsing aan het eigendomsrecht in algemene zin dat een ingreep met het oog op een sociaal, economisch of politiek belang in het algemeen belang kan zijn, ook al heeft de samenleving als geheel er niet direct profijt van:2
‘a taking of property effected in pursuance of legitimate social, economic or other policies may be “in the public interest”, even if the community at large has no direct use or enjoyment of the property taken.’
In de zaak M.A. e.a. achtte het EHRM het voorkomen van ongewenste anticipatie op de nieuw in te voeren regel in het algemeen belang. Door toepassing van de werkingsregel terugwerkende kracht kon de Finse overheid in casu voorkomen dat enkele belastingplichtigen aan de nieuwe regel konden ontsnappen door snel hun optieplannen aan te passen. In de zaak Bäck laat het EHRM zich als volgt uit over de vraag of de maatschappelijk terugwerkende kracht waarvan in casu sprake was, is toegestaan:3
‘The Court considers that a special justification is required for such interference (MSB: interfering with existing contracts), but accepts that in de context of the 1993 Act there were special grounds of sufficient importance to warrant it. The Court observes that in remedial social legislation and in particular in the field of debt adjustment, (...), it must be open to the legislature to take measures affecting the further execution of previously concluded contracts in order to attain the aim of the policy adopted.’
Het EHRM oordeelt derhalve dat de wetgever zo zijn redenen mag hebben voor het invoeren van nieuwe wetgeving met maatschappelijk terugwerkende kracht. Dit geldt volgens het EHRM zeker als het gaat om een bepaald soort wetgeving waarbij een sociaal/maatschappelijk belang voorop staat.
In het algemeen kan ervan worden uitgegaan dat het EHRM het door de staat aangevoerde doel accepteert, tenzij de beoordeling van de nationale wetgever kennelijk zonder enige redelijke grond is.4 Zuiver budgettaire redenen als rechtvaardiging voor een inbreuk op het eigendomsrecht zijn door het EHRM expliciet afgewezen.5