Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/8.5.6:8.5.6 Andere omstandigheden dan een toezegging
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/8.5.6
8.5.6 Andere omstandigheden dan een toezegging
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692120:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 14 december 1973, ECLI:NL:HR:1973:AB4830, NJ 1974/301.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
502. Niet alleen een toezegging van een aangesprokene kan relevant zijn bij beoordeling van de vraag of er (nog) belang bestaat bij een bevel of verbod. Ook andere omstandigheden die meebrengen dat voor een herhaalde schending van een rechtsplicht niet meer behoeft te worden gevreesd, kunnen ertoe leiden dat het belang verloren gaat.
503. Een voorbeeld daarvan is te vinden in de zaak die leidde tot een arrest van de Hoge Raad van 14 december 1973.1 In die zaak werd de toenmalig directeur van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie De Jong aangesproken en werd gevorderd dat hij zich zou onthouden van het ter beschikking stellen van bepaald materiaal aan derden dat de eiser betrof. Rechtbank en hof wezen de vordering af, waarbij het hof aandacht heeft besteed aan een nieuwe schriftelijke richtlijn die inhield dat De Jong niet meer ‘eigenmachtig’ inlichten aan derden zou kunnen verschaffen. Dat oordeel werd door de Hoge Raad in stand gelaten.
504. Er zijn natuurlijk vele omstandigheden denkbaar waardoor het belang bij een vordering (in hoger beroep) verloren gaat. Het interessante aan deze zaak is dat het hier niet zozeer om een toezegging van de aangesprokene ging, maar om een richtlijn waaraan hij volgens het hof ‘onbetwistbaar gebonden’ was. Op zichzelf is denkbaar dat onder die omstandigheden wordt aangenomen dat er geen belang meer bestaat bij een rechterlijke veroordeling, maar vanzelfsprekend is dat niet. Het zal er mede vanaf moeten hangen of die – interne – richtlijn ook nageleefd wordt, of op die naleving wordt toegezien en of er sancties aannemelijk zijn bij overtreding. Zonder een deugdelijk nalevingsmechanisme zal eerder belang blijven bestaan bij een veroordeling door een rechter, versterkt met een dwangsom.