Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/8.5.2
8.5.2 Misbruik van bevoegdheid
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692122:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Ook wel misbruik van recht, maar het begrip bevoegdheid is breder en wordt in de wet gebruikt. PG Inv. Boek 3, p. 1037.
Hierover uitvoerig: Schrage 2019/9 en 15 en Stein, GS Vermogensrecht, art. 3:13, aantt. 3 en 6.
Rodenburg 1985, p. 61.
PG Inv. Boek 3, p. 1040.
Dus niet limitatief, zie Asser/Sieburgh 6-IV 2019/85.
De opsomming is duidelijk niet limitatief, maar de verdere afbakening is aan de rechtspraktijk overgelaten. Schrage 2019/10.
HR 17 april 1970, ECLI:NL:HR:1970:AC5012, NJ 1971/89, m.nt. Ph.A.N. Houwing (Kuipers/de Jongh).
Zie voor een uitwerking van het leerstuk op het terrein van het procesrecht Van der Helm 2019/72.
473. Een bijzondere toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid vormt het leerstuk misbruik van bevoegdheid. 1 Misbruik van bevoegdheid wordt wel gezien als een species van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.2 In situaties die worden beheerst door de redelijkheid en billijkheid zal veelal geen behoefte bestaan aan een afzonderlijke toets aan de vraag of er sprake is van misbruik van bevoegdheid: als er sprake is van een handeling die misbruik van bevoegdheid oplevert, zal die handeling in de regel ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. 3 Het is dan ook vooral buiten de situaties waarin de maatstaven van redelijkheid en billijkheid gelden, dat het misbruik-leerstuk een nuttige rol kan vervullen. Dat sluit echter niet uit dat de misbruik-criteria worden gebruikt om te beoordelen of een bepaalde handeling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.4 In de toelichting op art. 3:13 BW is de relatie tussen de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid enerzijds en het leerstuk misbruik van bevoegdheid anderzijds aldus omschreven: bij strijd met de goede trouw treedt datgene naar voren waarop een partij die met een ander in een rechtsbetrekking treedt of staat, mag vertrouwen. Bij misbruik van bevoegdheid is het juist de bevoegdheid die iemand is toegekend die op de voorgrond treedt. Het is die bevoegdheid waaraan het ongeschreven recht dan zekere grenzen stelt. Als zich de situatie voordoet dat bevoegdheden worden geschapen in een rechtsverhouding tussen twee personen, dan vallen de beperkingen die de goede trouw en het verbod van rechtsmisbruik aanbrengen, samen.5
474. Het leerstuk misbruik van bevoegdheid is neergelegd in art. 3:13 BW. Dat artikel bepaalt dat degene aan wie een bevoegdheid toekomt, deze niet kan inroepen voor zover hij haar misbruikt. Het tweede lid van art. 3:13 BW geeft een aantal voorbeelden6 van situaties waarin van misbruik van bevoegdheid sprake is. Dat zijn de gevallen waarin een bevoegdheid wordt uitgeoefend met geen ander doel dan een ander te schaden, met een ander doel dan waarvoor zij is verleend, en het geval waarin men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening van de bevoegdheid enerzijds en het belang dat daardoor wordt geschaad anderzijds, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.7 Een belangrijk voorbeeld van een dergelijke situatie is gegeven in het arrest Kuipers/De Jongh van 17 april 1970.8 Het arrest had betrekking op een grensoverschrijdend bouwwerk. De verwijdering van een dergelijk bouwwerk zal vaak met hoge kosten gepaard gaan, terwijl verwijdering van slechts het grensoverschrijdende deel in veel gevallen niet eenvoudig is uit te voeren. Herstel van een kleine grensoverschrijding zal zodoende tot hoge kosten kunnen leiden. De Hoge Raad nam in het arrest tot uitgangspunt dat weliswaar verwijdering van het grensoverschrijdende bouwwerk kon worden verlangd, maar dat een daartoe strekkende vordering geen op voorhand gelopen race is. Het nadeel dat Kuipers zou lijden door de verwijdering van het bouwwerk zou zo groot kunnen zijn dat De Jong in redelijkheid niet tot uitoefening van dit recht zou kunnen komen. De stellingen van Kuipers konden in het specifieke geval die conclusie niet dragen, maar het is dus geenszins uitgesloten dat een bevel tot verwijdering van een grensoverschrijdend gebouw zou afstuiten op een dergelijke afweging van belangen.
475. Misbruik van recht, of misbruik van bevoegdheid, vereist wel een duidelijke onevenredigheid tussen de over en weer spelende belangen. Het leerstuk kan op veel situaties worden toegepast, waaronder die van het burenrecht, het eigendomsrecht en het procesrecht.9
476. Een geslaagd beroep op misbruik van bevoegdheid is steeds dat een bevel of verbod dat met die bevoegdheid samenhangt, niet kan worden gegeven. Ook een geslaagd beroep op misbruik van bevoegdheid doet op die manier afbreuk aan de effectiviteit van de remedie van het rechterlijk bevel en verbod. Daarvoor geldt echter hetzelfde als voor de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid: de drempel is tamelijk hoog, zodat van een onaanvaardbare beperking niet snel sprake is.