Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/8.5.3
8.5.3 Misbruik van recht naar Belgisch recht
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692090:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hof van Cassatie 19 september 1983, Arr.Cass. 1983, p. 52. Te raadplegen via www.bib.kuleuven.be.
Hof van Cassatie 17 mei 1990, Arr.Cass. 1990, p. 1188.
Vansweevelt & Weyts 2019/457.
Hof van Cassatie 10 september 1971, Arr.Cass. 1972, p. 31. In art. 5.7 van het voorontwerp is dit criterium teruggekomen. In de toelichting op het Nederlandse art. 3:13 BW is opgenomen dat van misbruik sprake is wanneer ‘geen weldenkend mens in redelijkheid tot de uitoefening der bevoegdheid had kunnen komen’. PG Inv. Boek 3, p. 1040. Die criteria vertonen duidelijk overeenkomsten.
Henskens 2019/588.
Pagina 18.
477.Art. 1134 BW (België) bepaalt dat overeenkomsten te goeder trouw ten uitvoer moeten worden gebracht. Uit art. 1135 BW (België) volgt dat overeenkomsten ook leiden tot alle gevolgen die door de billijkheid, het gebruik of de wet aan de verbintenis worden toegekend. Art. 1134 BW (België) verbiedt een contractspartij misbruik te maken van de rechten die de overeenkomst haar toekent.1 De situatie van misbruik is blijkens de jurisprudentie van het Hof van Cassatie ook de enige uitzondering op het beginsel dat een partij aanspraak kan maken op de rechten die haar uit een overeenkomst toekomen. Meer specifiek is geoordeeld dat een partij het bepaalde in art. 1134 BW (België) niet schendt wanneer zij haar rechten uit een overeenkomst nastreeft en er geen sprake is van misbruik van recht.2 Voor verbintenissen is de grondslag voor een beroep op misbruik van recht daarmee gegeven.
478. Voor buitencontractuele verbintenissen wordt de grondslag gevonden in hetzij het bepaalde in art. 1382 BW (België), hetzij in het bestaan van een algemeen rechtsbeginsel.3 In een arrest van 10 september 1971 had het Hof van Cassatie te oordelen over de vordering tot afbraak van een grensoverschrijdend bouwwerk dat al geruime tijd bestond. Het Hof van Cassatie overwoog dat het recht om afbraak van de grensoverschrijdende muur te vorderen, evenals het recht op eigendom, vatbaar is voor misbruik. Van misbruik is niet alleen sprake indien het recht wordt aangewend met het enkele doel om te schaden, maar ook indien de uitoefening van het recht de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en bezorgd persoon.4
479. Dit criterium is nog steeds actueel en beperkt ook naar Belgisch recht het recht op nakoming.5 In het Wetsvoorstel voor Boek 5 ‘Verbintenissen’ is als art. 5.73 opgenomen dat een contract te goeder trouw moet worden uitgevoerd. Uit het tweede lid volgt dat niemand misbruik mag maken van de rechten die hij aan het contract ontleent. Volgens de toelichting is hiermee het verbod op rechtsmisbruik ‘verankerd’.6