Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/10.1:10.1 Inleiding
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685324:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Par. 8.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de twee voorgaande hoofdstukken heb ik een onderscheid gemaakt tussen een vertrouwensschending bij bevoegdhedenovereenkomsten en eenzijdige toezeggingen als rechtshandelingen enerzijds en informatieverstrekking als feitelijke handeling anderzijds.
De indeling tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid blijkt bij overheidsaansprakelijkheid voor een schending van gerechtvaardigd vertrouwen niet logisch omdat de remedies bij niet-nakoming van een toezegging hetzelfde zijn als die van contractuele aansprakelijkheid, terwijl de grondslag voor de schadevergoeding wordt gevonden in een onrechtmatige daad.1 Gelet op de overeenkomstige toepassing van de regels van overeenkomsten op de gerichte eenzijdige toezegging ten aanzien van de totstandkoming en uitleg van de rechtshandeling en de geldelijke genoegdoening bij tekortschieten in de nakoming, heb ik in hoofdstuk 8 opgemerkt dat bij niet-nakoming van een toezegging de schadevergoedingsgrondslag gevonden zou kunnen en moeten worden in wanprestatie.
In dit hoofdstuk behandel ik de meest in het oog springende aspecten van vertrouwensschending bij de verschillende vormen van een schending van gerechtvaardigd vertrouwen, te weten de inhoudelijke kenmerken van een vertrouwenwekkende uitlating (paragraaf 10.2); de persoon van wie een overheidsuitlating afkomstig moet zijn om daarop te kunnen vertrouwen (paragraaf 10.3) en de grondslag van de vordering in geval van een vertrouwensschending (paragraaf 10.4). Dit hoofdstuk vormt daarmee een analytische samenvatting van de vorige twee hoofdstukken over vertrouwensbreuk in het civiele recht en vormt de opmaat voor het laatste deel van dit onderzoek, waarin ik – na een interne rechtsvergelijking van het bestuursrecht en het civiele recht – een synthese van de bestuursrechtelijke en civielrechtelijke beoordeling bij vertrouwensschendingen door de overheid voorstel.