Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/600
Geen schending recht op een eerlijk proces door afwijzing verzoeken tot aanhouding.
HR 04-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:804
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/04626
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:804, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:300, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑07‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑06‑2023
- Wetingang
Essentie
Afwijzing verzoeken tot aanhouding van de behandeling van de zaak. Met name gezien zijn proceshouding, is verdachte niet zodanig beperkt in zijn recht op voldoende tijd en faciliteiten voor de voorbereiding van zijn verdediging of in zijn recht op rechtsbijstand, dat daardoor zijn recht op een eerlijk proces is geschonden.
Samenvatting
Het recht op effectieve rechtsbijstand is een fundamenteel recht van de verdachte en ook het recht op voldoende tijd en faciliteiten voor de voorbereiding van de verdediging is een van de kenmerken van het recht op een eerlijk proces. Bij de beantwoording van de vraag of de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.