Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/609
Witwassen van 2 geldbedragen van in totaal € 9.170 (art. 420bis lid 1 sub b Sr). Bewijsklacht ‘afkomstig uit enig misdrijf’. Kon hof oordelen dat het niet anders kan zijn dan dat geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte geen concrete, verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven voor herkomst ervan? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 04-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:793
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/00477
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:793, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:342, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑03‑2024
Essentie
Witwassen van 2 geldbedragen van in totaal € 9.170 (art. 420bis lid 1 sub b Sr). Bewijsklacht ‘afkomstig uit enig misdrijf’. Kon hof oordelen dat het niet anders kan zijn dan dat geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte geen concrete, verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven voor herkomst ervan? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00477
Datum 4 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 februari 2022, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.