Einde inhoudsopgave
Morganatisch burgerschap 2019/2.4.1
2.4.1 De renaissance van burgerschap: het humanisme
mr. G. Karapetian, datum 16-12-2019
- Datum
16-12-2019
- Auteur
mr. G. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS181201:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
J. Huizinga, Herfsttij der Middeleeuwen. Studie over levens- en gedachtenvormen der veertiende en vijftiende eeuw in Franrkijk en de Nederlanden, Leiden University Press 2018 (oorspronkelijke uitgave 1919).
J. Gordley, The Jurists. A Critical History, Oxford: Oxford University Press: Oxford 2013, p. 111.
Gordley 2013, p. 111. De klassieke geschriften dienden volgens de humanisten te worden begrepen zonder de scholastieke interpretatie ervan. Aldus ontstond de studie naar de oude talen, de filologie.
Riesenberg 1992, p. 193.
Chrysoloras’ komst in Florence kan mede worden verklaard vanwege de crisis in het Byzantijnse rijk. Zie daarover: John Julius Norwich, A Short History of Byzantium, Penguin Books Ltd 2013.
Gordley 2013, p. 115.
Idem, p. 116. Petrarca en de eveneens Italiaanse Lorenzo Valla waren de mening toegedaan dat dit humanistische programma ook gold voor de rechtenstudie.
P. Magnette, Citizenship. The History of An Idea, Oxford: Alan Ware 2005, p. 39.
Riesenberg 1992, p. 190.
Idem, p. 193.
In de veertiende eeuw ontstond het streven in humanistische kringen om de literatuur uit de klassieke oudheid te herontdekken.1 Deze ‘renaissance’ van de klassieke literatuur was volgens deze zogenoemde humanisten noodzakelijk om de studia humanitatis te promoten.2 De studia humanitatis omvatte de studie naar de status van het menszijn. Het doel van de herontdekking hiervan was om Cicero’s ideaal van de vir virtutis, zijnde de complete en actieve burger in het publieke domein, nieuw leven in te blazen.3 De humanisten van de veertiende eeuw trachtten dit doel te bereiken door verscheidene wegen te bewandelen. Zo staat een van de grondleggers van het humanisme, Francesco Petrarca, bekend om zijn passie voor klassieke manuscripten en de republikeinse deugd. Petrarca, geboren in 1304, was opgeleid tot jurist en geïnteresseerd in de literatuur uit de Grieks-Romeinse oudheid. Met name de werken van Cicero fascineerden hem mateloos. Hij reisde over het Europese vasteland op zoek naar geschriften uit de klassieke oudheid. In 1345 ontdekt hij in Verona Cicero’s Epistolae familiares, wat zich vrij laat vertalen als ‘Brieven aan familieleden’, hetgeen hem in hetzelfde jaartal de titel ‘vader van de humanistische beweging’ deed verwerven.4 Anders dan zijn monnikbroeder Gherhardo, die had gekozen voor een leven in afzondering – de zogenoemde vita contemplativa – koos Petrarca voor de vita activa; een actief leven met maatschappelijke en politieke betrokkenheid. Een andere relevante naam bij de herontdekking van de Grieks- Romeinse cultuur en literatuur is Coluccio Salutati, geboren in 1331. Salutati, een Florentijnse letterkundige, haalde de Byzantijnse geleerde Manuel Chrysoloras, die een fundamentele rol speelde bij het herontdekken van klassieke Griekse geschriften, naar Florence om daarover onderwijs te verzorgen.5 Ook Giovanni Boccaccio, geboren in 1313 en sterk beïnvloed door en bevriend met Petrarca, vervulde een belangrijke rol in dit kader, door onder andere werken uit de klassieke oudheid, zoals de Ilias van Homerus, te vertalen. Men was het erover eens dat de literatuur uit de klassieke oudheid te lang en ten onrechte onopgemerkt was gebleven in de Middeleeuwen.
Het duurde tot 1422 voordat een unieke mijlpaal werd bereikt in deze zoektocht naar de herontdekking van de cultuur en literatuur uit de klassieke oudheid. In dit jaartal werd het boek De oratore van Cicero ontdekt, mede vanwege inspanningen van de humanisten.6 Zoals hiervoor opgemerkt, was het doel van de humanisten om Cicero’s ideaal van de studie naar de menselijke beschaving, de studia humanitatis, in een nieuw modern daglicht te plaatsen. Een integraal deel van het humanistische programma voor de beschaafde burger was om toegang te hebben tot de originele tekst van de geschriften uit de klassieke oudheid.7
Zodoende ontwikkelde zich een traditie waarbij niet alleen aandacht werd besteed aan Cicero’s idealen, maar ook aan de in paragraaf 2.2.3 (‘Burgerschap getheoretiseerd: Aristoteles’ Politica en de wezenlijke karakteristiek van de polis-burger’) besproken opvattingen van Aristoteles. Onder meer Aristoteles’ Retorica en Politica werden opgenomen in het humanistische programma met de heropleving van de geschriften uit de klassieke oudheid. Hierin werd met zoveel woorden verwezen naar het verschijnsel burgerschap. Met name dit laatste boek, Politica, zoals hiervoor besproken, bevat wezenlijke klassieke perspectieven op de burger en zijn verhouding tot de rechtsorde waarvan hij deel uitmaakt. De herontdekking van Aristoteles’ oeuvre in de dertiende eeuw zorgde er onder meer voor dat veel concepten, waaronder ook burgerschap viel, losgeweekt werden van hun christelijke evenknie.8 Daarnaast werd door de herontdekking van deze literatuur de hiervoor genoemde vir virtutis van Cicero, de actieve man in het publieke domein, zich bewust van de rechtsverhouding tussen de rechtsorde en de burger, die voorheen werd beheerst door het hierboven omschreven feodale stelsel. Door de nadruk van het humanisme op geschriften uit de klassieke oudheid werden concepten als ‘moraliteit’, ‘loyaliteit’, ‘militaire bijdrage’ (wezenlijke klassieke kenmerken van de burger) na eeuwen onder het tapijt te zijn geschoven, ter sprake gebracht in het maatschappelijke en politieke debat. Tevens werd het belang van een vita activa van de christen – het toonvoorbeeld hiervan was Petrarca – benadrukt. Dit hield in dat een bijdrage aan het vaderland, militair dan wel politiek, weer werd gewaardeerd. Een aanzienlijk deel van de bevolking raakte meer en meer betrokken bij het wel en wee van hun stad.9 Aldus werd de burger weer actief in het politieke leven. Hierdoor verschoof de verhouding tussen een vazal en zijn leenheer naar een zoals wij die kennen in de klassieke oudheid: die tussen een rechtsorde en de burger. Een nieuw curriculum in het onderwijs, dat onder meer de ethiek en de geschiedenis van de klassieke oudheid in zich borg, was volgens de humanisten het juiste medicijn om de burger zich bewust te laten worden van zijn sociale en politieke rol in een samenleving.10
Het humanisme zorgde derhalve, door middel van de herontdekking van literatuur uit de klassieke oudheid, voor de wedergeboorte van het verschijnsel burgerschap. In de volgende paragraaf wordt aandacht besteed aan drie prominente denkers uit de Middeleeuwen die het concept expliciteerden: Marsilius van Padua, Bartolus van Saxoferrato en tot slot Baldus van Ubaldis.