Einde inhoudsopgave
Morganatisch burgerschap 2019/2.2
2.2 De geboorte van burgerschap in de Griekse poleis
mr. G. Karapetian, datum 16-12-2019
- Datum
16-12-2019
- Auteur
mr. G. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS181146:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
J. Huizinga, Homo ludens. Proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur, Amsterdam: Amsterdam University Press 1938.
P. Scholten, ‘Over spel en ernst in het recht’, in: P. Scholten, Verzamelde geschriften, Zwolle: Tjeenk Willink 1949, deel 1, p. 471 e.v.
De term ‘stadstaten’ – gebruikelijk voor de Griekse poleis – is enigszins ongelukkig vanwege de verwarring met de term ‘staat’ en de Italiaanse stadstaten in de Middeleeuwen. Om deze en andere redenen wordt de term ‘stadstaat’ in deze dissertatie niet gebruikt als synoniem voor de Griekse poleis. Aangesloten wordt bij de oorspronkelijke Griekse term polis waarvan het meervoud poleis is.
P. Riesenberg, Citizenship in the Western Tradition. Plato to Rousseau, Chapel Hill, London: The University of North Carolina Press 1992, p. 3.
Riesenberg 1992, p. 6.
P.B. Manville, The Origins of Citizenship in Ancient Athens, Princeton: Princeton University Press 1990; Riesenberg 1992, p. 6.
In 1938 verschijnt van de hand van de Nederlandse historicus Johan Huizinga een boek getiteld Homo ludens. Proeve eener bepaling van het spel- element der cultuur.1 Dit cultuurwetenschappelijk boek agendeert Huizinga’s notie van het belang van het spelelement van de mens bij het voortbrengen van cultuur en samenleving. Hij benadrukt dat de mens een sociaal wezen is en zich daarbij voortdurend verhoudt tot zijn medemens en zijn rechtsorde. De mens speelt, blijkens de hoofdtitel van het boek. Paul Scholten heeft hieraan toegevoegd dat de mens niet alleen in cultuurwetenschappelijke zin speelt, maar ook in de rechtswetenschap, de filosofie en de psychologie.2 Diezelfde mens heeft, naast de verhouding tot zijn medemens, ook een verhouding tot de rechtsorde waarvan hij deel uitmaakt. Deze rechtsverhouding vindt, evenals het concept democratie, haar historische wortels in de Griekse poleis – ook bekend onder de term ‘stadstaten’.3
Deze poleis werden bestuurd door een deel van de bevolking van de desbetreffende polis. Sociaal, economisch, militair en politiek had iedere polis een select gezelschap dat zich boog over vraagstukken die zich voordeden op het territoir van de polis. Zo werden sommige ingezetenen militair ingezet voor de bescherming van de polis en werden anderen geraadpleegd voor politieke, sociale en/of economische doeleinden. Teneinde deze selecte groep te belonen voor hun daden en bijdragen aan de gemeenschap, werd ervoor gekozen deze personen te onderscheiden van de anderen door middel van het verlenen van een juridische status aan degenen die zich actief inzetten voor het wel en wee van de polis.4 De bijzondere positie uitte zich daarin dat zij het burgerschap van de polis verkregen. In de praktijk zorgde dit ervoor dat het de meest welvarende ingezetenen van een polis waren die deze juridisch onderscheidende status verkregen.5 Zodoende ontstond een fenomeen dat primair was gebaseerd op het onderscheiden van de ingezetenen van de polis, waarbij de maatstaf de mate van betrokkenheid van deze personen bij het belang van de polis was. De noodzaak voor deze status was dat de personen van de gemeenschap ertoe werden aangespoord het goede te doen voor de gemeenschap teneinde de belangen ervan te behartigen. De prikkel hiervoor was dat ingezetenen van een polis die actief bijdragen aan de belangen van de polis door middel van een juridische status werden beloond voor hun inzet. Politeia – de gereleveerde juridische status – goot de beloning van de sociaal/economisch/militair/politiek actieve ingezetenen aldus in de vorm van een wederkerige rechtsverhouding tussen de rechtsorde en haar actieve ingezetenen. Deze actieve ingezetenen werden burgers genoemd. De wederkerige rechtsverhouding hield onder meer in dat in ruil voor de actieve bijdrage van de ingezetenen op verschillende vlakken, zij aanspraak konden maken op privileges en bescherming van de polis. De privileges varieerden van de mogelijkheid tot het verhandelen van waar op de markt tot het huwen van andere bezitters van eenzelfde burgerschap. De bescherming bestond onder andere erin dat moord op een burger zwaarder werd bestraft dan moord op een niet-burger, hetgeen met zich bracht dat in de polis het leven van een burger waardevoller was dan het leven van een niet- burger.
Aangezien de poleis nogal verschillend waren in de samenstelling van de bevolking en de bijbehorende tradities, nam het burgerschap in het oude Griekenland verschillende vormen aan. In de literatuur worden in deze embryonale fase van het burgerschapsdenken grofweg twee typen burgerschap onderscheiden: het Spartaanse burgerschap en het Atheense burgerschap. In die onderscheiding van twee typen burgerschap komt tot uitdrukking dat de politieke en culturele karakteristieken van Sparta en Athene nogal verschilden van elkaar. Waar het Atheens burgerschap met name draaide om het betalen van belastingen en verplichte opkomst bij juryrechtspraak kan, zoals uit het navolgende zal blijken, het Spartaans burgerschap het best worden omschreven als heroïsch, autoritair en militair.6
In de volgende paragraaf wordt aandacht besteed aan het ontstaan van het Spartaanse en het Atheense burgerschap, en aan de karakteristieken van en de verschillen tussen deze twee typen burgerschap. De behandeling van het Atheense en het Spartaanse burgerschap is zinvol, omdat verschillende denkers tijdens en na de Renaissance en de Franse Revolutie in hun conceptualisering van burgerschap een beroep hebben gedaan dan wel kritiek hebben geuit op het burgerschapsbegrip in de klassieke oudheid. Gedacht kan worden aan Rousseaus voorliefde voor de polis Sparta en Bodins kritiek op Aristoteles’ definitie van de burger. Daarop wordt verder in het hoofdstuk ingegaan. Voor een goed begrip van burgerschap vanuit een conceptueel-theoretisch perspectief kan een bespreking van zijn eerste verschijningsvormen – het Atheense en het Spartaanse burgerschap – daarom niet ontbreken.
2.2.1 Burger van Sparta of van Athene: eenzelfde verschijnsel, verschil in uitwerking2.2.2 Het Romeinse burgerschap in de Republiek en het Keizerrijk: experimenteren met de uitbreiding van burgerschap2.2.3 Burgerschap getheoretiseerd: Aristoteles’ Politica en de wezenlijke karakteristiek van de polis-burger