Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.9:7.9 De invoering van de Richtlijn passende arbeid 2008
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.9
7.9 De invoering van de Richtlijn passende arbeid 2008
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258862:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn passende arbeid 2008 van 30 juni 2008, Stcrt. 2008, 123.
Richtlijn passende arbeid 2008 van 30 juni 2008, Stcrt. 2008,123, p. 17.
Richtlijn passende arbeid 2008 van 30 juni 2008, Stcrt. 2008,123, p. 17.
Boot, in: T&C Socialezekerheidsrecht, commentaar op Richtlijn Passende arbeid 2008.
Von Bergh, TRA 2019/56.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Twaalf jaar later werd de richtlijn weer verscherpt met de Richtlijn passende arbeid 2008, die op 1 juli 2008 in werking is getreden.1 Door toegenomen spanningen op de arbeidsmarkt werd het belang van een adequate activeringsfunctie van de WW benadrukt. De visie op de toekomst van de WW was in het afgelopen decennium veranderd. De WW moest een smeeroliefunctie op de arbeidsmarkt hebben (zie hoofdstuk 6, paragraaf 6.5). Er stonden eind 2007 bijna 236.000 vacatures open, waarvan circa de helft moeilijk vervulbaar was. Op datzelfde moment ontvingen bijna 100.000 werklozen langer dan een jaar een WW-uitkering.
De nieuwe richtlijn had als doel langdurige werkloosheid te voorkomen en te beperken en had daarom geen gevolgen voor WW-gerechtigden die niet langdurig gebruik maakten van een uitkering. Er werden twee belangrijke wijzigingen ten opzichte van de richtlijn in 1996 ingevoerd, namelijk 1) werknemers die ten minste 52 weken onafgebroken recht op een uitkering hadden gehad, moesten arbeid op alle niveaus als passend aanmerken en 2) door de overstap van arbeidsurenverlies naar inkomstenverrekening moesten WW’ers ook een baan accepteren als het nieuwe loon onder het uitkeringsniveau was. Dat nieuwe loon werd namelijk aangevuld door een WW-uitkering. Een onderbreking van minder dan vier weken telde niet mee als een nieuwe periode in de termijn van 52 weken WW-uitkering. Het loonniveau was dus geen reden meer om arbeid niet als passend te kwalificeren, tenzij het niet in overeenstemming was met de geldende cao of het geldende wettelijk minimumloon. De Richtlijn passende arbeid 2008 had ook geen effect op de groep schoolverlaters, omdat eerder met het Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici alle arbeid als passend werd beschouwd vanaf de aanvang van werkloosheid, ongeacht aard of niveau.2
De nieuwe zoektermijnen voor passend werk naar opleidingsniveau staan in tabel 2 weergegeven.
Niveau
Academisch/
Mbo
Vmbo
Basis
Kwalificatie
Hbo
Academisch/Hbo
0-6 maanden
6-12 maanden
na 12 maanden
na 12 maanden
Mbo3
0-6 maanden
6-12 maanden
na 12 maanden
Vmbo4
0-6 maanden
na 6 maanden
Basis
0-6 maanden
Tabel 2: Richtlijn passende arbeid 2008 van 30 juni 2008, Stcrt. 2008, 123, p.17. 3
De richtllijn bepaalde dat na een jaar werkloosheid alle betaalde arbeid passend was, op welk niveau dan ook. De voorkeur werd gegeven aan snelle werkhervatting boven een lange(re) periode van oriëntatie op de arbeidsmarkt op eigen niveau.4 Uit onderzoek van Von Bergh bleek niet dat hoger opgeleide werklozen na de aanscherping van de richtlijn in 2008 sneller uitstromen uit de WW. Ook de invoering van de inkomstenverrekening na een jaar werkloosheid had er niet toe geleid dat werklozen sneller uitstromen naar een baan met aanvulling vanuit de WW. Het ontbreken van een effect komt mede doordat er ook maar zeer beperkt beroep was gedaan op de regeling. Over de aanpassing in 1996 waren geen gegevens beschikbaar.5