De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.4.3:4.8.4.3 Het schooladvies in het primair onderwijs en het schoolexamen in het voortgezet onderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.4.3
4.8.4.3 Het schooladvies in het primair onderwijs en het schoolexamen in het voortgezet onderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949632:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 42, tweede lid, van de Wpo.
Zie hierover uitgebreider § 6.2.5.
Artikel 31a van de Wpo.
Artikel 7.8, tweede lid, van de Wvo 2020.
Artikel 10:1 jo. 10:12 van de Awb.
Artikel 10:4 jo. 10:12 van de Awb.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het primair onderwijs is de beoordeling in het kader van het schooladvies en het vaststellen van de uitslag daarvan direct opgedragen aan het bevoegd gezag.1 Aangenomen kan worden dat deze taak in de praktijk wordt uitgevoerd door de leraar. Het bepalen van het schooladvies vergt immers een grote mate van kennis van onder meer de motivatie van de leerling om te leren, de ondersteuning vanuit thuis en de sociale en emotionele ontwikkeling van de leerling, waarover enkel de leraar beschikt.2 Ook komt aan de leraar een zelfstandige verantwoordelijkheid toe waar het gaat om het beoordelen van de onderwijsprestaties van de leerling.3 In het voortgezet onderwijs wordt het schoolexamen afgenomen door de directeur en de examinator van de school, onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.4 De wetgever heeft niet bepaald wie het schoolexamen beoordeelt. Aangenomen kan worden dat dit in de praktijk de leraar is die het betreffende vak geeft, ook aan de leraar in het voortgezet onderwijs komt immers een zelfstandige verantwoordelijkheid toe voor het beoordelen van de onderwijsprestaties van de leerling.5
Hoewel in zowel het primair als het voortgezet onderwijs het bevoegd gezag formeel bevoegd is om ten aanzien van het schooladvies en het schoolexamen de leerling te beoordelen, wordt deze taak uitgeoefend door de betreffende leraren. Deze taak wordt dan gemandateerd aan de leraar. Dit betekent dat de leraar deze taak in naam van het bevoegd gezag uitoefent.6 De leraar dient deze taak uit te oefenen binnen de kaders die worden gevormd door de wet en de regels van de school, zoals het Pta. Daarnaast kan het bevoegd gezag, binnen de kaders van de regels van de school, algemene en concrete instructies geven. Kenmerkend aan het mandateren van taken is immers dat degene die mandaat verleent verantwoordelijkheid en zeggenschap behoudt en per geval of in het algemeen instructies kan geven.7 Het bevoegd gezag kan dan ook ingrijpen in gevallen waar de beoordeling onjuist is uitgevoerd.