De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.8.5.2:5.8.5.2 Literatuur
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.8.5.2
5.8.5.2 Literatuur
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949513:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de memorie van toelichting schreef de wetgever dat het duidelijk was dat beoordelingsbeslissingen uitgezonderd zouden moeten worden van beroep op grond van de Wet AROB. 1 Uit de literatuur uit de jaren 80 blijkt dat dit geenszins duidelijk was.2 Steenbeek stelt bijvoorbeeld dat er mogelijk voor de uitzondering is gekozen om te voorkomen dat te veel zaken worden aangespannen over beoordelingsbeslissingen bij de bestuursrechter.3 Het is Steenbeek evenwel niet duidelijk waarom geen beroep open zou kunnen staan indien een student bij het examen onbehoorlijk wordt behandeld of in het geval de beoordeling bij de toets duidelijk willekeurig is.4 Tevens wijst Steenbeek op artikel 40 van de Wub waarin beroep tegen een beoordelingsbeslissing in het hoger onderwijs juist wel mogelijk wordt gemaakt. Beroep tegen een dergelijke beslissing is volgens Steenbeek dan ook goed denkbaar. De rechter zou niet zover mogen gaan dat hij zelf de examenuitslag vaststelt, die verantwoordelijkheid zou bij de examinerende docent moeten blijven. De rechter kan in een dergelijk geval slechts marginaal toetsen. Cohen ziet een andere mogelijke ratio.5 Namelijk dat wanneer de uitzondering niet opgenomen zou worden, er tussen het openbaar en bijzonder onderwijs een discrepantie in de rechtsbescherming zou ontstaan.