Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/3.6.3
3.6.3 Samenloop met overeenkomst
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS297958:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Eenzelfde geldt voor samenloop van aansprakelijkheid ex afd. 6.3.3 BW met contractuele aansprakelijkheid. De contractuele vordering kan jegens een derde maar ook jegens de producent zelf, die tevens verkoper is, worden ingesteld. Zie Spier e.a. 2015/152b. Let wel, gaat het om een consumentenkoop dan kanaliseert art. 7:42 lid 2 de aansprakelijkheid in geval van productschade door een productiegebrek naar de producent.
Zie Hof Den Bosch 20 april 1998, NJ 1999/35 (Gemeente Tilburg/De Kok) en Hof Den Bosch 20 april 1998,NJ 1999/34 (Openbaar lichaam Samenwerkingsverband Midden-Brabant/De Kok), over samenloop van art. 6:74 jo. 77 (aansprakelijkheid SMB) met art. 6:174 jo. 181 (aansprakelijkheid gemeente).
Zo valt bijvoorbeeld op te maken uit HR 27 april 2001, NJ 2002/54, m.nt. CJHB (Donkers/Scholten).
In dit laatste geval is van samenloop geen sprake, omdat zich voor één feitencomplex niet twee of meer rechtsgronden voor aansprakelijkheid aandienen maar slechts één, de kwalitatieve.
Klaassen 1991, p. 328-339; Boukema 2002, p. 63-64; Bakels 2009, p. 359-363. Denk aan bedingen tot uitsluiting of beperking van aansprakelijkheid. Ook kan een vermindering van de vergoedingsplicht ex art. 6:101 in beeld komen, omdat in de overeenkomst met de aangesprokene een acceptatie besloten kan liggen van juist het risico dat door de schadetoebrenging is verwezenlijkt. Vgl. Parl. gesch. Boek 6, p.765.
De grondslag van art. 6:181 jo. 179 was overigens zuiverder geweest, zie nader par. 4.6.3.
Met inachtneming hiervan achtte de verwijzingsrechter de manege voor 50% aansprakelijk voor de schade van Bunink, hetgeen stand hield in HR 3 oktober 2008, JA 2009/12 (Bunink/Nieuw Amstelland II). Zie voor kwalitatieve aansprakelijkheid naast een overeenkomst ook HR 27 april 2001, NJ 2002/54, m.nt. CJHB (Donkers/Scholten); HR 21 oktober 1988, NJ 1989/729, m.nt. JHB (Circusezel) en Hof Arnhem 11 oktober 2005 en 20 juni 2006, JA 2006/100 (Huifkarongeval). Zie voor een contractuele relatie terwijl het de benadeelde is op wie de kwalitatieve aansprakelijkheid rust Rb. Arnhem 21 mei 1987 en 23 maart 1989, VR 1990/112 (Kat bij dierenarts). In het laatste geval speelt het leerstuk van de ‘reflexwerking’ van kwalitatieve aansprakelijkheid, waarover nader Kolder 2016, p. 145-148.
Zie voor ‘eigen’ relevante aansprakelijkheidsregelingen bijvoorbeeld art. 7:183 (schenking); art. 7:406 lid 1 (opdracht); art. 7:754 en 7:760 (aanneming van werk); 7:658 en 7:611 (arbeidsovereenkomst); 7:208 (huur); art. 7:341 (pacht); art. 7:446 e.v. jo. 6:77 (medische behandelovereenkomst); art. 7:507 (reisovereenkomst); art 7:24 (consumentenkoop) en art. 7A:1790 (bruikleen).
Treffend is HR 22 november 1996, NJ 1998/567, m.nt. CJHB (Bos/Althuisius) over art. 7A:1790 (bruikleen), dat een beperktere aansprakelijkheidsregeling voor schade door gebrekkige zaken kent dan art. 6:173 jo. 181. Zie in dit verband ook Hof Den Bosch 9 maart 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BL7141 (Carnavalspaard).
Samenloop van kwalitatieve aansprakelijkheid op grond van afd. 6.3.2 BW is ook mogelijk met aansprakelijkheid uit overeenkomst (art. 6:74).1 Gaat het om samenloop van rechtsregels betreffende de rechtsrelatie tussen verschillende partijen, dan geldt dat kwalitatieve aansprakelijkheid van de één de contractuele aansprakelijkheid van een ander in beginsel onverlet laat.2 Op grond van art. 6:102 lid 1 geldt daarbij als uitgangspunt een hoofdelijke verbondenheid jegens de benadeelde tot vergoeding van dezelfde schade, waarna de onderlinge draagplicht van de hoofdelijk aansprakelijken – bij gebreke van een afwijkende contractuele regeling – wordt beheerst door art. 6:10 jo. 6:101. Ook hier treden in beginsel geen complicaties op, omdat afd. 6.1.10 BW (art. 6:95 e.v.) het belangrijkste rechtsgevolg van wanprestatie en kwalitatieve aansprakelijkheid – de verbintenis tot schadevergoeding – uniform regelt. Ook geldt voor beide aansprakelijkheden hetzelfde verjaringsregime van art. 3:310. Gaat het om samenloop van rechtsregels betreffende de rechtsrelatie tussen dezelfde partijen, dan sluit kwalitatieve aansprakelijkheid een actie uit wanprestatie evenmin uit.3 In rechtsrelaties betreffende dezelfde partijen behoeft in geval van het bestaan van een kwalitatieve aansprakelijkheid overigens bepaald niet altijd ook sprake te zijn van wanprestatie van de aangesproken partij. Een kwalitatieve aansprakelijkheid treedt immers in zonder daarbij een verband te leggen met een (eigen) normschendende gedraging van de aangesprokene. Alsdan is samenloop van wanprestatie met een kwalitatieve aansprakelijkheid niet aan de orde, maar is ‘slechts’ sprake van het naast (het inroepen van) een kwalitatieve aansprakelijkheid bestaan van een contractuele relatie.4 Wanneer een overeenkomst bestaat tussen de benadeelde en aangesprokene moet worden bedacht dat de contractuele verhouding van invloed kan zijn op de rechtsgevolgen van de daarmee samenlopende kwalitatieve aansprakelijkheid.5 Een voorbeeld biedt HR 25 oktober 2002, NJ 2004/556, m.nt. Hijma (Bunink/Nieuw Amstelland), waarin de benadeelde krachtens overeenkomst het paard van een manege bereed en na een paardrijongeval diezelfde manege ex art. 6:179 tot schadevergoeding aansprak.6 Nu het onberekenbare gedrag van het paard in het kader van de overeenkomst door de Hoge Raad voor de benadeelde niet volkomen onverwacht werd geacht, kwam dat risico in zoverre voor rekening van de berijdster, dat de schade deels voor haar eigen rekening bleef.7 Tot slot merk ik op dat in het kader van samenloop van rechtsregels betreffende de rechtsrelatie tussen dezelfde partijen uit contract met een kwalitatieve aansprakelijkheid, de zogeheten ‘bijzondere overeenkomsten’ in Boek 7/7A BW afzonderlijke aandacht verdienen. Deze kennen namelijk niet zelden een eigen, van afd. 6.3.2. BW afwijkende aansprakelijkheidsregeling, voornamelijk voor schade veroorzaakt door zaken.8 Alsdan kunnen samenloopproblemen ontstaan, omdat de voor toepassing in aanmerking komende rechtsregels in de relatie tussen dezelfde partijen verschillend uitwerken.9 Het voert te ver om hierop in het kader van deze studie nader in te gaan. Ik volsta met de opmerking dat in beginsel de contractuele grondslag zal cumuleren met de kwalitatieve, tenzij dit onverenigbaar is met de strekking van de bijzondere contractuele regeling.