Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.8.2.3
17.8.2.3 HR 18 januari 2008, nr. 41 832; geheven belasting is boetegrondslag
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495866:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 18 januari 2008,BNB 2008/165 (m.nt. De Bont). De Bont wijst in pt. (viii) van zijn noot erop dat het bedrag van de verschuldigde belasting niet alleen een uitgangspunt is voor de uiteindelijke, redelijke en rechtvaardige boete, maar ook de maximale straf bepaalt. Omdat de HR de discussie over de boetegrondslag volledig in het kader van de straftoemeting plaatst, wordt zijns inziens onvoldoende recht gedaan aan het feit dat het bedrag dat opzettelijk of grof schuldig te weinig werd betaald ook de maximale straf is. Dat de rechter rekening moet houden met het feit dat omkering is toegepast, neemt volgens De Bont niet het processuele nadeel voor de boeteling als gevolg van de omkering weg.
De boetegrondslag bepaalt tezamen met het boetepercentage de strafmaat. Die grondslag is geen onderdeel van de delictsomschrijving van de in de AWR vastgelegde vergrijpboetes. Wil de inspecteur die boetes kunnen opleggen, dan zal hij steeds de (vereiste mate van) verwijtbaarheid (grove schuld, opzet) moeten bewijzen. De (belasting)rechter kan het door de inspecteur geleverde bewijs vol toetsen, waarbij geldt dat de belastingkamer van de HR, mede vanwege de onschuldpresumptie in art. 6, lid 2 EVRM, inmiddels vrij strikte boetebewijsregels lijkt te hanteren. Zie daarover Albert, noot onder HR 15 april 2011, BNB 2011/206, pt. 4.2 e.v. Daarbij heeft hij het oog op r.o. 4.8.3 van het arrest.
In de uitspraak van 18 januari 2008, nr. 41 832, speelt art. 6 EVRM geen rol. Wel geeft de belastingkamer van de HR verder inzicht in de toelaatbaarheid van de omkering van de bewijslast voor de boeteoplegging. De in geschil zijnde boete was vastgesteld als een percentage van de belasting die was bepaald met toepassing van de omkering van de bewijslast. Ook dan moet ervan uit worden gegaan, dat de grondslag voor de boete de feitelijk geheven belasting is. Dit ontslaat de rechter niet van de verplichting om te beoordelen of de boete in de gegeven omstandigheden een passende en geboden sanctie is voor de begane overtreding. Tot de omstandigheden van het geval behoort ook de wijze waarop de hoogte van de verschuldigde belasting is komen vast te staan, waaronder de toepassing van de omkering van de bewijslast.1
Opzet of grove schuld moet volgens de normale bewijsregels worden bewezen
Zie in dit verband Langereis die in zijn noot onder het kort nadien gewezen arrest van 6 juni 2008, nr. 43 178, opmerkt dat het voor de hand ligt dat de rechter bij de beoordeling of een boete passend en geboden is, zal aanknopen bij de boete die tot stand zou zijn gekomen indien er geen omkering van de bewijslast zou zijn toegepast, namelijk een belastingbedrag waarbij de inspecteur de belastende elementen aannemelijk dient te maken. Hiermee wordt ook aangesloten bij de bepaling van de boete wanneer art. 6 EVRM eraan in de weg zou staan om de geheven belasting als boetegrondslag te gebruiken.2
Doorwerking in de boetegrondslagbepaling
Dit laatste is niet waarschijnlijk. Omdat nemo tenetur niet betrekking heeft op de strafmaat – die staat geheel los van de schuldvraag3 –, is de doorwerking van de omkering naar de boetegrondslag op zichzelf niet problematisch. Bovendien dient de rechter bij de beoordeling of een door de inspecteur opgelegde boete passend en geboden is, zoals gezegd rekening te houden met de wijze waarop de hoogte van de verschuldigde belasting is komen vast te staan, waaronder de toepassing van de omkering van de bewijslast.4
HR 15 april 2011, nr. 09/03075
Ik wijs nog op de uitspraak van 15 april 2011, nr. 09/03075, een KBLux-zaak betreffende de aanvaardbaarheid modelmatige berekening van inkomsten uit vermogen. Daarin bevestigt de belastingkamer van de HR dat de inspecteur volgens de normale bewijsregels moet bewijzen dat per (onjuiste en/of onvolledige) belastingaangifte sprake is van opzet of grove schuld bij het doen van die aangifte.5