De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/13.1.8:13.1.8 Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/13.1.8
13.1.8 Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS387532:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 6:162 BW speelt in geval van een herleefde turbogeliquideerde BV niet dezelfde ‘dubbelrol’ als de artikelen 2:9 en 2:216 lid 3 BW. In tegenstelling tot laatstgenoemde artikelen, kan artikel 6:162 BW niet als oorzaak van de herleving worden gezien, omdat een dergelijke vordering wordt ingesteld door een benadeelde schuldeiser. Wanneer de vordering ex artikel 6:162 BW wordt toegewezen, komt de schadevergoeding die daaruit voortvloeit toe aan de benadeelde schuldeiser. Hierdoor verandert er niets in het vermogen van de BV.
Afhankelijk van de norm op grond waarvan de bestuurder aansprakelijk wordt gehouden, kan de vordering op grond van artikel 6:162 BW – net als de artikelen 2:9 en 2:216 BW – worden gezien als een gevolg van de herleving.
Opvallend is dat het ten onrechte overgaan tot een turboliquidatie volgens bijvoorbeeld het kantongerecht Terneuzen geen onrechtmatige daad oplevert. Mijns inziens dient hier een onderscheid te worden gemaakt. Enerzijds kan sprake zijn van een situatie waarin het bestuur niet wist en redelijkerwijs niet behoorde te weten dat er ten tijde van ontbinding nog baten bestonden. In deze situatie is inderdaad geen sprake van een onrechtmatige daad: de toerekenbaarheid ontbreekt. Anderzijds kan sprake zijn van een situatie waarin het bestuur wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat er ten tijde van de ontbinding nog baten bestonden. Dan is voldaan aan alle vereisten gesteld aan de onrechtmatige daad en kan het bestuur dus aansprakelijk worden gehouden.
De laatste jaren is een ontwikkeling in de jurisprudentie waarneembaar op grond waarvan sneller wordt geconcludeerd tot bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW in geval van onterecht turbogeliquideerde BV’s. Deze in de jurisprudentie waar te nemen ontwikkeling is mijns inziens positief. Op deze wijze wordt misbruik van de turboliquidatie beknot en worden de belangen van schuldeisers beter beschermd.