Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.2.4.5:2.2.4.5 Identiteit van vermogens
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.2.4.5
2.2.4.5 Identiteit van vermogens
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS603548:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens artikel 3:127 lid 3 BW bestaat de bevoegdheid tot verrekening niet ten aanzien van een vordering en een schuld die in van elkaars gescheiden vermogens vallen. Dit vijfde verrekeningsvereiste wordt aangeduid als het vereiste van identiteit van vermogens.1 Door Klomp2wordt opgemerkt dat artikel 6:127 lid 3 BW door de overheid, in het bijzonder de fiscus, vaak is gebruikt om verrekening door een belastingplichtige tegen te houden. De stelling van de fiscus was dat een schuld vanwege de ene belasting niet verrekend kon worden met een vordering van een andere belasting. Met de invoering van artikel 241w 1990 is deze stelling achterhaald. Verder is van belang dat sindsdien de belastingplichtige zelf niet (meer) tot verrekening kan overgaan. De fiscus hoeft een belastingplichtige dus niet meer 'tegen te houden' om tot verrekening over te gaan. Voor vermogens van verschillende overheidsdiensten is het vereiste van identiteit van vermogens al eerder aan de orde geweest.3 Aangenomen wordt dat publiek- en privaatrechtelijke vorderingen van de Staat, of een ander openbaar lichaam, wanneer deze betrekking hebben op verschillende overheidsdiensten, in beginsel tot van elkaars gescheiden vermogens behoren in de zin van artikel 6:127 lid 3 BW, zodat verrekening niet is toegestaan.4 In de rechtspraak is dit overigens tot nu toe nog niet expliciet uitgemaakt.