Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/11.5:11.5 Motiveer beslissingen ten aanzien van overgangsbeleid
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/11.5
11.5 Motiveer beslissingen ten aanzien van overgangsbeleid
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS417454:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. par. 6.3.4.2 onderdeel c, waarin aan de orde is of de door de wetgever aangevoerde pragmatische redenen een legitieme doelstelling vormen nu die redenen niet nader zijn geconcretiseerd.
HR 14 juni 1995, nr. 29 254, BNB 1995/252 (concl. plv. P-G Van Soest; m.nt. Feteris).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 9.5.2.4 heb ik een aantal situaties genoemd waarvoor in dit onderzoek is gebleken dat het belangrijk is dat de wetgever zijn beslissingen motiveert. Het gaat hierbij om de volgende situaties:
de keuze voor een bepaald overgangsregime;
het achterwege laten van compensatie bij een mogelijke inbreuk op art. 1 EP EVRM;
(onevenredig) ongelijke behandeling van (on)gelijke gevallen;
de geschiktheid en noodzakelijkheid van een overgangsregime; en
het niet-nakomen van toezeggingen.
Door inzichtelijk te maken waarom bepaalde keuzen zijn gemaakt en waarom de gemaakte keuzen de toets aan de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid doorstaan, vergroot de wetgever het maatschappelijk draagvlak voor een wetswijziging. Dit komt vermoedelijk tevens de belastingmoraal ten goede. Daarnaast is het motiveren van bepaalde keuzen ook belangrijk uit oogpunt van rechtsvinding.1 Bij een mogelijke schending van het eigendomsrecht of het nondiscriminatiebeginsel is het belangrijk dat de rechter kan nagaan waarom de wetgever heeft gekozen voor een bepaald overgangsregime. Overigens gaat de rechter ook wel eens zelf op zoek naar een rechtvaardigingsgrond indien deze door de wetgever niet is aangevoerd.2
Om aan deze motiveringsplicht te kunnen voldoen heb ik voorgesteld om in ieder fiscaal wetsvoorstel een – eerder door Waaldijk bepleitte – rechtmatigheidsparagraaf op te nemen. In deze rechtmatigheidsparagraaf dient te worden aangegeven waarom het beoogde overgangsregime in de optiek van de wetgever voldoet aan de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid.