De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.2.4.6:3.2.4.6 Beschikken over een aandeel in de gehele gemeenschapna ontbinding van de VOF
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.2.4.6
3.2.4.6 Beschikken over een aandeel in de gehele gemeenschapna ontbinding van de VOF
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS383398:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Huizink 2011, p. 55. Zie hierover Van Zeben 1991, p. 1305 (NvW I). Beschikkingsbeperkingen moeten gerechtvaardigd worden door een zwaarwegend belang van andere deelgenoten of schuldeisers van de gemeenschap.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een deelgenoot kan na ontbinding van de VOF over zijn aandeel in de gehelegemeenschap beschikken, tenzij uit de rechtsverhouding tussen de deelgenoten anders voortvloeit (art. 3:191 lid 1 BW). Door beschikking over een aandeel in een gehele gemeenschap worden de vereffenaars in beginsel niet geconfronteerd met méér deelgenoten en wordt de vereffening in principe niet moeilijker. Voor de beantwoording van de vraag of van de uitzondering op de hoofdregel sprake is, zal men de vennootschapsovereenkomst moeten raadplegen. Is hierin bijvoorbeeld afgesproken dat de onderneming na volledige ontbinding wordt voortgezet door een gewezen vennoot of dat de VOF na uittreding (gedeeltelijke ontbinding) wordt voortgezet tussen de overblijvende vennoten, dan is van een uitzondering op de hoofdregel sprake en kan een deelgenoot niet vrijelijk beschikken over zijn aandeel in de gemeenschap. De beschikkingsgebondenheid na ontbinding van de VOF wordt, met andere woorden, gerechtvaardigd door de mogelijkheid van voortzetting van de vennootschap.1 Als een deelgenoot niet tot beschikking bevoegd is, dan kan hij de kantonrechter verzoeken om wijziging of buiten werking stelling van dit verbod wegens onvoorziene omstandigheden (art. 3:191 lid 2 jo. 3:168 lid 3 BW) of hij kan volgens Maeijer2 verdeling vorderen van de gehele gemeenschap (hij baseert dit op art. 3:179 en 180 BW).