De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.2.4.4:3.2.4.4 Beperktere beschikkingsgebondenheid na ontbinding
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.2.4.4
3.2.4.4 Beperktere beschikkingsgebondenheid na ontbinding
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS384607:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1982/83, 17896, 3, p. 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na ontbinding van de vennootschapsovereenkomst blijven de vennoten beschikkingsgebonden op grond van Titel 3.7 BW en op grond van hun onderlinge verhouding.1 De gemeenschappelijke goederen mogen, met andere woorden, alleen worden aangewend ter bevordering van het vennootschapsdoel. Dit doel is echter gewijzigd van ‘behalen van vermogensrechtelijk voordeel’ naar ‘vereffening’, hetgeen een minder sterke beschikkingsgebondenheid rechtvaardigt. Er wordt in Titel 3.7 onderscheid gemaakt tussen a) beschikken over een aandeel in een afzonderlijk tot de gemeenschap behorend goed en b) beschikken over een aandeel in de gehele gemeenschap (d.w.z. in alle daartoe behorende goederen). Hieronder zal blijken dat (a) beschikking over een aandeel in een goed in beginsel niet en (b) beschikking over een aandeel in de gehele gemeenschap in beginsel wel mogelijk is. Of, als niet alle maar wel de meeste aandelen zijn geleverd, sprake is van levering van aandelen in afzonderlijke goederen (a) of van een aandeel in de gemeenschap (b), zal steeds afhangen van de concrete omstandigheden van het geval. Van een aandeel in de gemeenschap (b) zal eerder sprake zijn als de geleverde goederen samen de hoofdbestanddelen van de gemeenschap vormen.