Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.1:5.7.1 Artikel 4.6 § 1, 1° BBW: automatisch onwaardig bij feiten met de dood tot gevolg en strafrechtelijke schuldigbevinding
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.1
5.7.1 Artikel 4.6 § 1, 1° BBW: automatisch onwaardig bij feiten met de dood tot gevolg en strafrechtelijke schuldigbevinding
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859248:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Naast opzet is toerekenbaarheid vereist. In par. 5.7.1.2 komt dit nader aan de orde.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 15.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 10.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 15, Barbaix 2018, p. 428, Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1163, Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 16-17, Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 727, p. 12 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013) en Casman 2013, p. 9.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/8, p. 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wie opzettelijk de dood van de erflater heeft veroorzaakt, kan van hem niet erven.1 Met die gedachte heeft de wetgever de eerste onwaardigheidsgrond verruimd.2 Onder de oude regeling leidt enkel een veroordeling vanwege het doden van de erflater of de poging daartoe tot onwaardigheid (art. 727, 1° Oud BBW). Het begrip ‘doden’ is te eng, omdat het niet de erfrechtelijke verkrijger omvat die door opzettelijke daden de dood van de erflater veroorzaakt.3 De huidige bepaling beperkt zich niet alleen tot moord en doodslag (393-397 Belgisch Strafwetboek (BSr)), maar strekt zich ook uit tot verkrachting of aanranding van de eerbaarheid die de dood veroorzaakt (art. 376 BSr), opzettelijke slagen en verwondingen, zonder het oogmerk om te doden, maar met de dood tot gevolg (art. 401 BSr), opzettelijke toediening van stoffen zonder het oogmerk om te doden, maar met de dood tot gevolg (404 BSr) en opzettelijke verminking zonder het oogmerk om te doden, maar met de dood tot gevolg (art. 409 § 4 BSr).4
De opsomming van deze concrete in de wet genoemde opzettelijke feiten, is limitatief.5 Het opzet hoeft niet bij alle feiten gericht te zijn op het doden van de erflater. Gemene deler bij al deze delicten is dat de dood het gevolg is.
5.7.1.1 Poging, mededader en medeplichtige5.7.1.2 Schuldigbevinding5.7.1.3 Euthanasie5.7.1.4 Onwaardigheid van rechtswege