Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.3.2
5.3.2 Het objectieve betalingsbegrip in de wetsgeschiedenis en de heersende leer
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS497556:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
PG Boek 6, p. 804.
PG Boek 6, p. 804, 818. Er wordt in de parlementaire geschiedenis niet gesproken van een verstekeling. Ook dat de presterende partij zich niet bewust hoeft te zijn geweest van de prestatie wordt niet opgemerkt; slechts wordt opgemerkt dat niet vereist is dat beide partijen zich van de prestatie bewust zijn geweest.
PG Boek 6, p. 804, 818. Het woord eigenaar wordt niet letterlijk gebruikt. Bij het schilderen van ‘andermans huis’ wordt er gepresteerd aan ‘de laatste’. Wanneer de bewoner toevallig een huurder is zal er waarschijnlijk nog steeds aan de eigenaar zijn gepresteerd.
Bartels 2004, p. 139; Asser/Hartkamp & Sieburgh 2011 (6-IV*), nr. 423. Overigens wordt in de parlementaire geschiedenis alleen opgemerkt dat niet steeds beide partijen zich van de prestatie bewust moeten zijn geweest of er bedoelingen mee moeten hebben gehad.
Zo ook Aaftink 1972, p. 224; Huizink 1991; Van der Grinten 1993, p. 455; Rank 1996, p. 145.
PG Boek 6, p. 807.
PG Boek 6, p. 807.
In de parlementaire geschiedenis is over het begrip ‘betaling’ opgemerkt dat “het er om gaat of hetgeen in concreto is gebeurd, naar zijn objectieve strekking als een prestatie aangemerkt kan worden,” en dat het dient te gaan “om een door de een tot een bepaalde andere persoon gerichte handeling.”1 Verder wordt opgemerkt dat bewustzijn van de vermogensovergang aan de zijde van zowel de ontvanger als de presterende partij niet is vereist. Ook is niet noodzakelijk dat beide partijen een bepaalde bedoeling hebben nagestreefd met de prestatie. Zo is ook een passagier die ‘zonder rechtsgrond luchtvervoer geniet’, ontvanger van een prestatie, hoewel de presterende partij haar verricht zonder enige bedoeling. 2 En een schilder die per vergissing niet zijn eigen huis schildert maar het huis van een ander, verricht een prestatie aan de eigenaar.3
In de literatuur is uit de geciteerde passages geconcludeerd dat niet vereist is dat de presterende partij zich bewust is van zijn prestatie op het moment dat hij haar verricht. Zelfs van een verstekeling kan de vervoerder de waarde van zijn prestatie terugvorderden. Ook zouden de doelen die de presterende partij met de prestatie nastreeft, geen rol spelen.4 Ik meen daarom dat een onverschuldigde betaling niet altijd een rechtshandeling is.5
Verder wordt in de parlementaire geschiedenis opgemerkt dat de vordering uit onverschuldigde betaling moet worden ingesteld door degene die de prestatie heeft verricht. Deze dient zijn vordering in te stellen tegen ‘de ontvanger’ van de prestatie.6 Met een voorbeeld wordt duidelijke gemaakt wie in deze benadering van wie kan terugvorderen. A meent een schuld te hebben aan B en B (een belastingplichtige) aan C (de Staat). Wanneer C een betaling afdwingt van A, presteert A aan C.7
De meeste auteurs concluderen uit deze opmerkingen dat een handeling slechts kan leiden tot één prestatie, die door één partij wordt verricht en door één partij wordt ontvangen. Daaraan zou niet afdoen dat de betaling er soms toe strekt meerdere verbintenissen teniet te doen gaan. Met ‘betaling’ in artikel 6:203 wordt immers niet nakoming bedoeld en de bedoeling waarmee wordt gepresteerd is niet van belang. Dit betekent in het voorbeeld waarin C (de Staat) betaling afdwingt, dat A, hoezeer hij daarmee ook gekweten wil zijn van zijn schuld aan B, niet aan B betaalt in de zin van artikel 6:203. Volgens de heersende leer wordt alleen een betaling in de zin van artikel 6:203 verricht door A, en wordt zij alleen ontvangen door C. Dit brengt mee dat als A ontdekt geen schuld te hebben gehad aan B, hij niet uit hoofde van onverschuldigde betaling kan terugvorderen van B. Evenzo brengt de benadering van de heersende leer mee dat de belastingplichtige (B) zelf niet zou presteren aan C of ontvangen van A.