Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.2.8.4:5.2.2.8.4 Toezichtsrecht
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.2.8.4
5.2.2.8.4 Toezichtsrecht
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS443737:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie 2.2.1.2.3 onder e) hierboven.
Zie 2.3.3.2 hierboven.
Zie 3.2.3.1.4 hierboven.
Een Beirat kan ook op contractuele grondslag worden gevormd. Aangezien zijn bevoegdheden dan wezenlijk beperkter zijn komt dat slechts incidenteel voor. Zie Gummert/Weipert II (2009), § 8, aant. 6.
Ebenroth/Boujong/Joost/Strohn (2008), Anhang nach § 177a, aant. 87-88.
Bijvoorbeeld een in de vennootschapsovereenkomst geregelde ‘vergadering van commanditaire vennoten’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar huidig Nederlands recht is het toegestaan in de overeenkomst van vennootschap te bedingen dat de commanditaire vennoot het recht heeft om op het handelen van de besturende vennoot toezicht uit te oefenen.1 Ook het wetsvoorstel Personenvennootschappen maakte dit mogelijk.2 De in het kader van deze studie onderzochte buitenlandse rechtsstelsels laten een verdeeld beeld zien. De enige wet die op dit punt een uitdrukkelijke bepaling bevat is de Franse. Art. R. 222-2 van de Code de Commerce bepaalt dat het uitoefenen van toezicht door de commanditair niet als een door het bestuursverbod getroffen bestuurshandeling wordt aangemerkt.3 In Duitsland wordt aan deze vraag geen aandacht besteed. Wel is het mogelijk op basis van de contractsvrijheid een ‘Beirat’ in het leven te roepen. Dat is een vennootschappelijk orgaan4 waaraan de vennoten geheel naar eigen inzicht toezichts-, controle- en adviesbevoegdheden kunnen toekennen.5 In Engeland zwijgt de literatuur over de vraag of een commanditair toezichtsbevoegdheden kunnen worden toegekend. De veronderstelling lijkt gerechtvaardigd dat de onverbiddelijkheid waarmee het huidige Engelse recht de commanditair in een passieve rol dwingt, eraan in de weg staat hem een actieve toezichthoudende rol toe te kennen. In de Verenigde Staten wordt aan deze vraag evenmin aandacht besteed.
Voor de Nederlandse wet zou ik willen bepleiten dat, bij voorbeeld in de hierna te behandelen catalogus van toegestane gedragingen, uitdrukkelijk wordt toegestaan dat in het vennootschapscontract aan de commanditaire vennoten, optredend in gezamenlijk verband,6 het recht kan worden toegekend toezicht uit te oefenen op het bestuur door de besturende vennoten. Het zou te ver gaan iedere commanditaire vennoot afzonderlijk het recht te geven toezicht op het handelen van de besturende vennoot uit te oefenen: dat zou het risico in zich bergen dat de besturende vennoot zich met ieder van de commanditairen afzonderlijk moet verstaan telkens wanneer een van hen van zijn toezichtsrecht gebruik maakt. Dit recht zou dus aan de gezamenlijkheid van de commanditaire vennoten moeten worden toegekend. Wanneer een recht van toezicht op deze wijze wordt ingericht worden de rechtsgronden van het bestuursverbod geëerbiedigd. Derden worden niet in de waan gebracht dat de commanditair een gecommanditeerd vennoot is. Bovendien is de commanditair enkel door toezicht uit te oefenen op het door de besturend vennoot uitgevoerde bestuur niet in staat het door hem gewenste bedrijfsbeleid te initiëren en te executeren zonder van de medewerking van anderen afhankelijk te zijn. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het toestaan van een tussen de vennoten overeen te komen goedkeuringsrecht van de commanditair geen strijd oplevert met de rechtsgronden van het bestuursverbod.