Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.10.5:3.10.5 Enkele conclusies ten aanzien van Leistungs- en Nichtleistungskondiktionen
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.10.5
3.10.5 Enkele conclusies ten aanzien van Leistungs- en Nichtleistungskondiktionen
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS493871:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bestudering van de Leistungskondiktionen en Nichtleistungskondiktionen leidt tot de volgende conclusies.
In alle gevallen waarin naar Duits recht een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking ontstaat, is deze verrijking veroorzaakt door (i) een prestatie, dat wil zeggen een vermeerdering van vreemd vermogen, dan wel door (ii) een inbreuk op exclusieve rechtspositie van de schuldeiser.
Met Von Caemmerer kan daarom worden ingestemd dat een onderscheid kan worden gemaakt tussen verrijkingen die ontstaan door prestaties en verrijkingen die een andere oorzaak hebben, te weten het plegen van een inbreuk op een exclusieve rechtspositie. Dit onderscheid maakt het mogelijk dat de waarde van prestaties kunnen worden teruggevorderd met een Leistungskondiktion en dat een vergoeding voor een inbreuk kan worden gevorderd met een Nichtleistungskondiktion.
Echter, voor een dergelijk onderscheid voldoet het gangbare Leistungsbegrip niet. De definitie van het begrip Leistung in §812 is te beperkt doordat zij slechts ziet op prestaties die met een bedoeling worden verricht. Andere prestaties, dat wil zeggen prestaties die niet met een relevante bedoeling worden verricht, kunnen daardoor niet met een Leistungskondiktion worden teruggevorderd. Deze prestaties moeten in de gangbare benadering met een Nichtleistungskondiktion worden teruggevorderd. Dit heeft tot gevolg dat de Nichtleistungskondionen die in het Duitse recht worden onderscheiden geen gemeenschappelijke kenmerken hebben anders dan dat zij ontstaan ten koste van een ander, net zo als verrijkingen als gevolg van een Leistung ontstaan ten koste van een ander.
Geconcludeerd kan daarom worden dat het onderscheid van Von Caemmerer wel zinvol is, maar dat het niet door de heersende leer in Duitsland op een bruikbare wijze wordt ingevuld.
Ook voor het Nederlandse recht kan een onderscheid worden gemaakt tussen verrijkingen die als gevolg van een prestatie ontstaan en verrijkingen die als gevolg van een inbreuk ontsaan. Een dergelijk onderscheid maakt het mogelijk dat alle verrijkingen die ontstaan als gevolg van een prestatie worden beheerst door artikel 6:203. Dan zal het begrip ‘betaling’ in artikel 6:203 wel op een ruimere wijze moeten worden uitgelegd dan het begrip Leistung in de Duitse heersende leer. Als artikel 6:203 zodanig wordt uitgelegd dat het een oplossing biedt in alle gevallen waarin een verrijking ontstaat door een prestatie, kan artikel 6:212 worden beperkt tot inbreuken op exclusieve rechtsposities. Aldus worden de contouren van een systematisering van artikel 6:203 en 6:212 reeds zichtbaar.