Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.2.4.2
II.3.2.4.2 Severability Clauses
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS588363:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ook het tegenovergestelde komt voor: inseverability clauses. In federale wetgeving worden zij slechts zelden opgenomen en het Hof heeft nog nooit over de rechtmatigheid van zo’n federale bepaling geoordeeld (Shumsky 2004, p. 243). Zij blijven daarom buiten beschouwing.
§ 132:28 Parental Notification Prior to Abortion Act, geciteerd in: U.S. Supreme Court 18 januari 2006, 546 U.S. 320 (Ayotte v. Planned Parenthood of Northern New England), 331.
Bijv. Note 1927, p. 524-525.
U.S. Supreme Court 24 februari 1803, 5 U.S. 137 (Marbury v. Madison), 177.
U.S. Supreme Court 25 maart 1987, 480 U.S. 678 (Alaska Airlines, Inc. v. Brock), 686.
Zie paragraaf 3.2.4.1.
Zie paragraaf 3.2.3.1.
U.S. Supreme Court 26 juni 1997, 521 U.S. 844 (Reno v. ACLU), 884, nt. 49 (aanhalingstekens en verwijzingen in het citaat zijn weggelaten).
Shumsky 2004, p. 245 e.v..
Anders dan in ons voorbeeld over de (fictieve) federale abortuswet wil de wetgever meestal dat de onrechtmatigheid van een deel of van een toepassing van een wettelijk voorschrift niet tot gevolg heeft, dat het gehele voorschrift buiten toepassing moet blijven. Om te verzekeren dat de rechter over de splitsbaarheid van een voorschrift net zó denkt, neemt de wetgever daarin geregeld een severability clause op.1 Zo’n bepaling luidt bijvoorbeeld:
‘[i]f any provision of this subdivision or the application thereof to any person or circumstance is held invalid, such invalidity shall not affect the provisions or applications of this subdivision which can be given effect without the invalid provisions or applications.’2
De rechtmatigheid van zulke clausules is in twijfel getrokken. De beantwoording van de vraag of een wettelijk voorschrift splitsbaar is, is een bijzondere vorm van interpretatie van zo’n voorschrift. Sommige auteurs stellen zich nu op het standpunt, dat het (bindend) uitleggen van wettelijke voorschriften een bevoegdheid is die grondwettelijk uitsluitend aan de rechter toekomt.3 Reeds in Marbury v. Madison overwoog het Hof immers: ‘It is emphatically the province and duty of the judicial department to say what the law is.’4 Door het opnemen van severability clauses in wettelijke voorschriften trekt de wetgever bevoegdheden aan zich die exclusief thuis horen bij de rechter, zo vinden die auteurs.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft echter nooit de onrechtmatigheid van een severability clause uitgesproken. Wel heeft het Hof het belang van die clausules aanzienlijk beperkt. In Alaskia Airlines overweegt het:
‘the inclusion of such a clause creates a presumption that Congress did not intent the validity of the statute in question to depend on the validity of the constitutionally offensive provision. [...] In such a case, unless there is strong evidence that Congress intended otherwise, the objectionable provision can be excised of the remainder of the statute. In the absence of a severability clause, however, Congress’ silence is just that – silence – and does not raise a presumption against severability.’5
Een wettelijke bepaling die voorschrijft, dat de onrechtmatigheid van een toepassing of de onrechtmatigheid van een deel van een voorschrift de toepasselijkheid van de rest van het voorschrift niet aantast, vestigt volgens het Hof slechts een vermoeden dat de wetgever het voorschrift splitsbaar acht. Van dat vermoeden ging de rechter echter ook al uit zonder die bepaling, zo bleek hiervóór.6 Een splitsingsclausule versterkt dat vermoeden dus alleen. Het blijft echter een vermoeden en is dus weerlegbaar.
In Reno v. ACLU rechtvaardigt het Hof deze uitleg van severability clauses met een beroep op de trias. Het herhaalt daarin eerst zijn argument voor het onrechtmatigverklaren van het gehele voorschrift: als de rechter steeds het onrechtmatige deel van de rest van het wettelijk voorschrift afsplitst, zou dat tot gevolg kunnen hebben, dat de wetgever heel ruime verbodsbepalingen opstelt en het aan de rechter overlaat om per geval te bepalen of wat de wetgever verboden heeft, ook daadwerkelijk verboden had mogen worden.7
‘This would, to some extent, substitute the judicial for the legislative department of the government. In part because of these separation-of-powers concerns, we have held that a severability clause is ‘an aid merely; not an inexorable command.’8
Tegen die uitleg van severability clauses pleiten echter andere trias-argumenten. Zo benadrukt Shumsky, dat een severability clause een wettelijke bepaling is als elke andere. Zij is rechtmatig vastgesteld en dat moet voor de rechter genoeg zijn: de rechter moet haar als elke andere bepaling toepassen.9 Dat het Hof de mogelijkheid openhoudt, dat het een voorschrift onsplitsbaar is, ondanks het feit dat de wetgever daarin een severability clause heeft opgenomen, acht hij daarom in strijd met de trias.