Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.9.0
3.9.0 Introductie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977383:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 1 maart 1920, Stb. 1920, nr. 106. Staatsinrichting is vanaf 1916 - ter legalisatie van de bestaande praktijk - bij AMvB in het vak staathuishoudkunde vastgelegd op de rijksscholen. De parlementaire behandeling van de OWvo (1967) leidt tot invoering van het vak geschiedenis en staatsinrichting op alle schooltypen; vgl. B.H. Pekelharing, ‘De Staathuishoudkunde als vak van MO’, B en M, reeks 2, 1878-1881, p. 409 e.v., Duyverman 1936, p. 91, Van der Flier 1916, p. 164 e.v. (Staathuishoudkunde en staatsinrichting zijn ondergebracht in de zg. restgroep C, p. 180), Toebes, p. 272: twee omissies: 1. Staatswetenschappen omvat staatsinrichting en staathuishoudkunde en de statistiek en geen recht dat tot handelswetenschappen behoort en 2. De V.O.S. is in 1935 opgericht, na het in 1934 gevormde Comité ter bescherming van de Staatswetenschappen, Duyverman 1936, p. 91 en G. Bolkestein, ‘Onderwijs en democratie’, De opbouw 1922/23, p. 26.
Wet van 25 juni 1916, Stb. 1916, nr. 1254.
Artikel 57 MO (staatsinrichtigting is als vak g vermeld in artikel 17 MO).
Duyverman 1936, p. 100. In bij de wet bepaalde gevallen is mondeling examen verplicht.
J.C. Campert, ’Een en ander over de Hoogere Burgerscholen in het tijdperk 2 Mei 1863-2 Mei 1913’, De Economist, juli-augustus 1914, p. 21.
Ibid., p. 21; vgl. G.C.A. Valewink 1915.
Interbellum: staatsinrichting urgent op school
Het interbellum kenmerkt zich door de invoering van het algemeen kiesrecht en de opkomst van de NSB en het nationaalsocialisme in Duitsland. Hierdoor was het noodzakelijk om de toekomstige (staats)burgers omvattender toe te rusten met de democratische kennis, vaardigheden en houdingen. Burgerschap werd pas na de Duitse bezetting meer structureel een veelbesproken thema voor het onderwijs. Om te beginnen wordt in 1920 op de driejarige openbare hbs het vak de gronden van de staathuishoudkunde vervangen door staatsinrichting, door de geschiedenisleraar te geven.1 Het is op de bijzondere driejarige hbs reeds jaren praktijk - en vanaf 1916 in de MO-Wet vastgelegd voor openbare scholen2 - om staatsinrichting bij staathuishoudkunde te geven.
Staatsinrichting niet langer regulier examenvak 1921
Staatsinrichting, sinds 1866 schriftelijk en later mondeling geëxamineerd3, is vanaf 1921 niet langer voor iedere abituriënt een examenvak.4 Daardoor is de opvatting van inspecteur Campert over de positie van staatsinrichting op de vijfjarige hbs relevant. Hij onderstreept in De Economist dat de wetgever inziet dat ‘goed onderwijs in de Staatswetenschappen voor ons volk van veel belang is. De belangstelling voor de Staatswetenschappen […] is zeer bevredigend’.5 Hij rekent erop dat men ‘zich driemaal bedenkt alvorens het goede van het onderwijs in de Staatswetenschappen prijs te geven’. Campert erkent de moeilijkheid om bevoegde leraren te vinden en te behouden, ‘want groot is het aantal leeraren dat in Staatswetenschappen is opgetreden’.6