De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.6.4:5.6.4 Vakinhoudelijke kennis
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.6.4
5.6.4 Vakinhoudelijke kennis
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701886:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:486, NJ 2018/307.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het derde element van deskundigheid is de vakinhoudelijke kennis en methodiek. Gegeven dat rechter of bestuursorgaan in beginsel niet zullen beschikken over (alle) voor de besluitvorming vereiste expertise, moet een kwalitatief goede deskundige de vakinhoudelijke kennis bezitten die nodig is om een compleet en inhoudelijk juist deskundigenbericht af te leveren. De deskundige moet aan de hand van een geschikte methodiek kunnen leveren wat van hem gevraagd wordt. Zulks kwam al duidelijk naar voren in het orthopedische schoenmaker-arrest.
Zowel in het onteigenings- als het nadeelcompensatierecht houdt de schade- en compensatievaststelling dikwijls verband met onroerend goed. Bij een onteigening is dat de ontneming daarvan, bij planschade en nadeelcompensatie veelal een waardevermindering daarvan. Los van de juridische aspecten van de schadebeoordeling, zal de deskundige de waarde (vermindering) van die onroerende zaken moeten kunnen taxeren. Er bestaan legio taxatiemethoden. Welke methode gehanteerd wordt, is afhankelijk van het doel en object van de taxatie. Daarbij geldt het uitgangspunt dat een deskundige niet verplicht is een bepaalde methode te kiezen, maar wel in staat moet zijn de gekozen methodiek te motiveren.1