De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.6.2:5.6.2 Communicatie
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.6.2
5.6.2 Communicatie
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701984:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
“Alles, was sich aussprechen lässt, lässt sich klar aussprechen”1 Dit beroemde citaat van taalfilosoof Ludwig Wittgenstein is tegenwoordig nog belangrijker dan voorheen en vormt de basis van het eerste element van deskundigheid. Het is uiterst belangrijk dat de ingeschakelde deskundige duidelijk en geduldig communiceert met de bij de procedure betrokken partijen. Hij dient zowel verbaal als non-verbaal een baken van vertrouwen te zijn en tegenstellingen niet onnodig uit te vergroten. Van de deskundige wordt in dat kader meer verwacht dan het voldoen aan het wettelijke vereiste van hoor en wederhoor. Van hem mag worden verwacht dat hij op toegankelijke wijze uitleg geeft over zijn handelswijze en bevindingen. Die uitleg dient te worden geuit in klare taal, zowel mondeling als op schrift.
Uit onderzoek is gebleken dat Nederland nog steeds kwalificeert als een ‘high-trust society’.2 De tijd dat een deskundige blindelings werd vertrouwd op basis van zijn veronderstelde deskundigheid ligt echter al enige tijd achter ons.3 Onder invloed van een toenemende individualisering, mondialisering, opleiding en informatietoegang is de maatschappij mondiger en zelfverzekerder geworden. Om die gedachte wat extra kracht bij te zetten geef ik het ‘gedachte-experiment’ van Verburg weer:
“Als mijn oma naar de dokter ging en hij zou in onbegrijpelijke Latijnse termen vertellen wat er aan de hand is en na afloop haar in een gesloten enveloppe een recept meegeven, zou ze diep onder de indruk zijn. ‘Die dokter moet wel heel wijs zijn om zulke moeilijke dingen te kunnen zeggen’. Als mijn dochter naar de dokter gaat en die zou hetzelfde uithalen, komt ze woedend thuis: ‘Het gaat over mijn lichaam en die arts kan mij niet eens uitleggen wat er aan de hand is!”4
Ik voeg hier nog aan toe dat de dochter in het voorbeeld haar klachten waarschijnlijk reeds heeft ‘gegoogeld’ en dus beter beslagen ten ijs komt dan de oma. Zij wil (en heeft recht op) een heldere tekst en uitleg bij de bevindingen van de dokter en is in staat de dokter van inhoudelijke repliek te voorzien. Als de dokter niet in staat is om op tolerante wijze de dialoog aan te gaan, mist hij een essentiële eigenschap om als deskundige aangemerkt te worden. Of zoals Koenraad het stelt: “het heeft voor een rechter (…) geen nut om in zee te gaan met een briljant wetenschapper die geniale conclusies niet op een voor derden begrijpelijke wijze kan formuleren.”5
Het doktersvoorbeeld is bij planschade- of onteigeningssituaties niet wezenlijk anders. Een simpele ‘google-search’ met de term(en) ‘planschadevergoeding’ of ‘schadeloosstelling onteigening’ levert een burger gedegen achtergrondinformatie op omtrent beide leerstukken. De schadedeskundigen moeten in staat zijn om zowel schriftelijk in hun (concept)rapporten als mondeling bij de hoorzitting en/of plaatsopname in klare taal een gedachtewisseling met partijen te voeren. Anders missen zij een essentieel kenmerk van deskundigheid.