Einde inhoudsopgave
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/8.7.5.1
8.7.5.1 § 1a KSchG
Mr. D.M.A. Bij de Vaate, datum 30-12-2014
- Datum
30-12-2014
- Auteur
Mr. D.M.A. Bij de Vaate
- JCDI
JCDI:ADS353516:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Voetnoten
Voetnoten
R. Giesen & Besgen 2004, p. 185.
Vgl. Däubler 2004, p. 179.
De vermelding door de werkgever dat het om een bedrijfseconomische opzegging gaat, is voldoende. Er hoeft geen nadere onderbouwing gegeven te worden. Niet vereist is dus dat de bedrijfseconomische redenen zich ook daadwerkelijk voordoen. Het doel van § 1a KSchG is nu juist onzekerheden in het kader van een gerechtelijke toetsing te voorkomen (zie hierna). Zie Kögel 2009, p. 362; J. Bauer 2009, p. 106; Schulte 2007, p. 38; R. Giesen & Besgen 2004, p. 186.
§ 1a Abs. 1 KSchG. Vgl. J. Bauer 2009, p. 102. Daarnaast is natuurlijk ook vereist dat het KSchG op de werknemer van toepassing is. Vgl. Kögel 2009, p. 360.
Gesetzentwurf der Fraktionen SPD und Bündnis 90/Die Grünen zu Reformen am Arbeitsmarkt, BT-Drs. 15/1204, p. 9. Vgl. Hergenröder & Wickede 2008, p. 364.
§ 1a KSchG geeft de werkgever de mogelijkheid om in geval van een bedrijfseconomische opzegging de werknemer een wettelijk geregelde ontslagvergoeding (Abfindung) aan te bieden voor het geval deze afziet van het instellen van een Kündigungsschutzklage.1 De hoogte van die vergoeding is dwingend geregeld in § 1a Abs. 2 KSchG en bedraagt een half maandsalaris voor ieder jaar dat het dienstverband geduurd heeft.2
Wil de werkgever gebruik maken van de regeling van § 1a KSchG – dit is dus niet verplicht – dan is vereist dat hij in de opzeggingsbrief vermeldt dat het gaat om een opzegging wegens bedrijfseconomische redenen3 én dat de werknemer aanspraak kan maken op de vergoeding wanneer hij de beroepstermijn van drie weken voor het instellen van een Kündigungsschutzklage (§ 4 KSchG) laat verstrijken.4 Laat de werknemer vervolgens daadwerkelijk de beroepstermijn verstrijken zonder het instellen van een Kündigungsschutzklage, dan ontstaat aanspraak op de vergoeding. De werknemer heeft derhalve keuzevrijheid. Hij kan besluiten af te zien van een gerechtelijk ontslagproces en aanspraak maken op de wettelijk geregelde ontslagvergoeding, maar hij kan ook het aanbod van de werkgever negeren en binnen drie weken na de opzegging een Kündigungsschutzklage instellen.5