De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/5.2.5:5.2.5 Conclusie
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/5.2.5
5.2.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS381177:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de schuldenaar slaagt in zijn beroep op overmacht is hij zowel bevrijd van de verplichting tot schadevergoeding als van de verplichting tot nakoming. De verhindering in de nakoming is een onlosmakelijk onderdeel van het overmachtsbegrip en het recht op nakoming van de schuldeiser loopt dan ook stuk op het overmachtsverweer.
Gedurende de periode dat een schuldenaar in overmacht verkeert, rust op hem geen afdwingbare plicht tot nakoming en is hij niet schadevergoedingsplichtig. Met het beëindigen van de staat van overmacht herleeft in beginsel de nakomingsverplichting. Toerekenbare schending van de herleefde nakomingsverplichting leidt tot schadevergoedingsplichtigheid. De nakoming kan tijdens de periode dat de schuldenaar in overmacht verkeerde echter zo nadelig zijn geworden dat nakoming redelijkerwijs niet meer van hem kan worden gevergd. De verhindering die bestond tijdens de aanvankelijke overmachtsituatie zet zich dan voort, zij het in een andere hoedanigheid, namelijk in de vorm van onevenredige bezwaarlijkheid van nakoming (relatieve onmogelijkheid). Dat nakoming bezwaarlijk is geworden, is een voortvloeisel van de aanvankelijke overmacht en kan de schuldenaar evenmin worden toegerekend. Er is dan sprake van voortgezette overmacht.
In het geval van het afleveren van een non-conforme zaak kunnen zich twee situaties voordoen. De non-conformiteit is niet aan de verkoper toe te rekenen, of de non-conformiteit is wel aan de verkoper toe te rekenen. Voor het eerste geval heb ik de opvatting verdedigd dat de afwezigheid van toerekenbaarheid geen afbreuk doet aan het ontstaan van een recht van de koper op herstel of vervanging, voor zover dit nog mogelijk is. Het recht op herstel en vervanging ontstaat eerst met het afleveren van de non-conforme zaak en wordt niet gehinderd door de omstandigheid dat het ontstaan van het gebrek niet aan de verkoper kan worden toegerekend. In het tweede geval; de non-conformiteit is wel aan de schuldenaar toe te rekenen, ontstaat uiteraard eveneens een recht voor koper op herstel en vervanging. Als het evenwel niet aan de verkoper is toe te rekenen dat hij faalt in de uitvoering van het herstel of de vervanging binnen een daartoe bij ingebrekestelling gestelde redelijke termijn, is hij mijns inziens niet schadevergoedingsplichtig. Met het beëindigen van de overmachtsituatie die herstel of vervanging verhindert, ontstaat echter een nieuw recht voor de koper op herstel of vervanging.