Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.2.8.2
5.2.2.8.2 Verantwoordingsrecht
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS448678:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer 5-V (1995), nr. 96.
Zie 3.2.3.1.4 hierboven voor het Franse, 3.3.3.1.2 voor het Duitse, 3.4.3.1 voor het Engelse en 3.5.3.1.2, 3.5.3.1.3 en 3.5.3.1.4 voor het Amerikaanse recht.
Overigens ook jegens eventuele gecommanditeerde vennoten die niet met een bestuurstaak zijn belast. Zoals blijkt uit HR 6 mei 1966, NJ 1966, 287 (Voogt/Wilders) is die figuur niet uitgesloten: volgens de Hoge Raad verzet de aard van de commanditaire vennootschap zich er niet tegen, dat zij naast de van het bestuur uitgesloten en slechts ten belope van hun inbreng aansprakelijke commanditaire vennoten ook vennoten heeft die eveneens geen bestuurstaken hebben maar voor de verbintenissen der vennootschap onbeperkt aansprakelijk zijn.
In de eerste plaats heeft de commanditair naar huidig Nederlands recht een verantwoordingsrecht. Daaronder versta ik het aan de commanditair toekomende recht dat de besturende vennoot rekening en verantwoording aan hem aflegt ter zake van zijn beleid. Vanzelfsprekend rust op de besturende vennoot een daarmee corresponderende verplichting tot het afleggen van een dergelijke rekening en verantwoording aan de commanditaire vennoten. Naar huidig Nederlands recht wordt aangenomen dat een dergelijke verplichting bestaat, ook al is daarover in de vennootschapsovereenkomst niets opgenomen.1 Het wetsvoorstel Personenvennootschappen bevatte wel een bepaling van die strekking. In art. 7:814 lid 3 BW daarvan was bepaald dat een besturend vennoot ten minste éénmaal per jaar rekening en verantwoording verschuldigd was aan zijn medevennoten. In geen van de onderzochte buitenlandse rechtsstelsels is een vergelijkbare actieve verantwoordingsplicht van de besturende vennoten jegens de commanditaire vennoten in de wet opgenomen.2 Kennelijk wordt het standpunt ingenomen dat de commanditair door gebruik te maken van de hem in elk van deze rechtsstelsels toekomende inlichtingenrechten in voldoende mate geïnformeerd kan zijn over de gang van zaken en de financiële positie van de vennootschap en daarmee voldoende is beschermd. Ik zou voor de Nederlandse situatie toch een stap verder willen gaan en aansluitend bij het wetsvoorstel Personenvennootschappen uitdrukkelijk in de wet op willen nemen dat de besturende vennoten gehouden zijn periodiek, in beginsel eenmaal per jaar, jegens de commanditaire vennoten3 rekening en verantwoording af te leggen over het door hen gevoerde beleid. Het in ontvangst nemen van en discussiëren over een dergelijke rekening en verantwoording zou ik niet als een overtreding van het bestuursverbod willen aanmerken.