De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.4.7:II.4.7 De Grondwet van 1917
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.4.7
II.4.7 De Grondwet van 1917
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS284959:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De grondwetsherziening van 1917 was een vergaande. Deze herziening bracht belangrijke grondwettelijke wijzigingen in het kiesrecht en in de onderwijsbepaling. Bovendien werd het stelsel van evenredige vertegenwoordiging ingevoerd.
Het kiesrecht veranderde op enkele belangrijke punten. Allereerst geldt dat voor het actief kiesrecht. Vanaf 1917 was grondwettelijk verankerd dat alle mannen ouder dan 23 jaar mochten stemmen bij verkiezingen voor de Tweede Kamer, zie artikel 80 Grondwet (1917). De Grondwet stelde in dezelfde bepaling de mogelijkheid open het kiesrecht ook open te stellen voor vrouwen. Voorts werd het passief kiesrecht ook opengesteld voor vrouwen, zie artikel 84 Grondwet (1917). De grondwetsherziening van 1922 verankerde overigens het algemeen (actief) vrouwenkiesrecht. Deze wijzigingen hielden onmiskenbaar een democratisering van de Grondwet in waar het gaat om Tweede Kamerverkiezingen. Deze staan dan ook in het licht van de versterking van de democratische functie van de Grondwet.