Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/9.3:9.3 Forum non conveniens: onvoldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/9.3
9.3 Forum non conveniens: onvoldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS437964:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 1 januari 2002 is in art. 1 t/m 14 Rv een algemene regeling inzake de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het leven geroepen. Buiten de toepassing van verdragen en EG-verordeningen regelt art. 2-14 Rv de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. De commune rechtsmacht wordt niet langer afgeleid uit de regels inzake de relatieve competentie. Daarmee is het systeem van 'distributie bepaalt attributie' als uitgangspunt komen te vervallen (par. 3.3.1).1 Bij het opstellen van de commune rechtsmachtregeling heeft de Nederlandse wetgever zich in ruime mate laten inspireren door internationale bevoegdheidsregelingen. Met name het EEX-Verdrag en de EEXVerordening, maar ook de Verordening Brussel II(bis) en de Haagse Kinderbeschermingsverdragen van 1961 en 1996 hebben een belangrijk uitstralingseffect gehad (par. 3.2.2). Vermoedelijk zullen internationale bevoegdheidsregelingen in de toekomst steeds een uitstralingseffect hebben op het Nederlandse commune bevoegdheidsrecht. De commune rechtsmachtregeling in art. 1-14 Rv beperkt zich tot gevallen die buiten het materiële en/of formele toepassingsgebied van relevante verdragen of EG-verordeningen vallen, aldus uitdrukkelijk art. 1 Rv. Uit de bestudeerde rechtspraak blijkt dat niet altijd rekening wordt gehouden met de waarschuwing van art. 1 Rv. Er zijn uitspraken waarin de rechtsmacht van de Nederlandse rechter wordt gebaseerd op Rv, terwijl dat zou moeten op een voor Nederland geldend verdrag of EG-verordening. Ook doet het omgekeerde geval zich voor.
Met de nieuwe grondslagen voor de commune rechtsmacht rijst de vraag of er nog wel behoefte is aan een forum non conveniens-correctie. Is de nieuwe rechtsmacht-regeling geschoond van exorbitante of verstrekkende fora, zodanig dat een toets van voldoende verbondenheid kan worden gemist? Deze vraag staat centraal in hoofdstuk 3. In de nieuwe regeling is de toepassing van forum non conveniens teruggebracht tot het in art. 4 lid 3 sub b Rv genoemde geval, te weten het in het kader van echtscheiding ingestelde nevenverzoek tot gezag en/of omgang betreffende kinderen. Op grond van art. 4 lid 3 sub b Rv verklaart de Nederlandse echtscheidingsrechter zich ten aanzien van het nevenverzoek tot gezag en/of omgang als forum non conveniens onbevoegd, 'indien hij zich, wegens de geringe verbondenheid van de zaak met de rechtssfeer van Nederland, niet in staat acht het belang van het kind naar behoren te beoordelen'. Het belang van het kind staat steeds voorop. Bij de uitleg van deze bepaling kan inspiratie worden geput uit de rechtspraak rondom het forum non conveniens-correctief van art. 429c Rv oud. De Nederlandse rechter verklaart zich onbevoegd, indien het kind zijn gewone verblijfplaats buiten Nederland heeft. Dat is slechts anders indien het belang van het kind gediend is bij tussenkomst van de Nederlandse rechter, bijvoorbeeld als de ouders onderling overeenstemming hebben bereikt over de gezags- en/of omgangsregeling. Forum non conveniens is bedoeld als een flexibiliteitsmechanisme, welke de Nederlandse rechter de mogelijkheid biedt om zijn rechtsmacht af te stemmen op het belang van de minderjarige (par. 3.6.4). Met art. 4 lid 3 sub b Rv loopt het Nederlandse commune recht in de pas met internationale regelingen, zie art. 15 Verordening Brussel IIbis en art. 8-9 Haagse Kinderbeschermingsverdrag 1996.
Is het vervallen van de algemene forum non conveniens-regel voor verzoekschrift-procedures gerechtvaardigd in het licht van de in de nieuwe rechtsmachtregeling gehanteerde bevoegdheidsgronden? Ik heb deze vraag ontkennend beantwoord, omdat het in art. 3 sub a Rv neergelegde forum actoris de Nederlandse rechter rechtsmacht opdraagt terwijl dat niet altijd even gerechtvaardigd behoeft te zijn. In par. 3.5.6 heb ik een aantal voorbeelden gegeven waaruit blijkt dat art. 3 sub a Rv de Nederlandse rechter tot een 'bemoeizuchtig' forum kan maken. De Nederlandse rechter wordt rechtsmacht toegekend (onder andere) op de grond dat de verzoeker in Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft, zonder de mogelijkheid om van deze bevoegdheid alsnog af te zien. In par. 3.5.7 heb ik dan ook een pleidooi gehouden voor het in ere herstellen van de algemene forum non conveniens-regel in personen- en familierechtelijke verzoekschriftprocedures. Terwijl de rechtsmachtregeling in art. 3 sub a Rv juist te ruim is, blijkt de commune regeling op andere terreinen juist te eng te zijn. Dat is het geval bij de rechtsmacht van de Nederlandse echtscheidingsrechter ten aanzien van het nevenverzoek tot voortgezet gebruik van de voormalige echtelijke woning of ten aanzien van de toekenning van het huurrecht daarvan. Art. 4 lid 3 sub a Rv verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd indien de echtelijke woning in het buitenland is gelegen. Deze regeling wijkt af van die onder 'oud' procesrecht, waarin de Nederlandse rechter zich ondanks de ligging van de woning in het buitenland bevoegd verklaarde indien met zijn tussenkomst een erkenbaar belang was gemoeid (bijv. als de partijen onderling overeenstemming hadden bereikt over het gebruik van de woning). Mijns inziens zou de Nederlandse echtscheidingsrechter onder 'nieuw' Rv de mogelijkheid moeten krijgen om van geval tot geval te bepalen of de uitoefening van rechtsmacht ten aanzien van een buiten Nederland gelegen echtelijke woning gerechtvaardigd is (par. 3.6.2).
De toepassing van forum non conveniens is onder de nieuwe rechtsmachtregeling sterk gemarginaliseerd (par. 3.3.2). Het forum non conveniens heeft plaatsgemaakt voor twee andere open bevoegdheidsnormen, namelijk het forum conveniens en forum necessitatis (par. 3.3.3). Nu het uitgangspunt onder de nieuwe commune rechtsmacht-regeling niet langer is dat de Nederlandse rechter in verzoekschriftzaken altijd bevoegd is, is een aanvullende bevoegdheidsgrond in de vorm van een forum conveniens noodzakelijk gebleken. De Nederlandse rechter is als forum conveniens bevoegd indien de zaak voldoende binding met de rechtssfeer van Nederland heeft. De introductie van forum necessitatis hangt samen met de gedachte dat de rechtszoekende de toegang tot een gerecht niet mag worden geweigerd. Op grond van het forum necessitatis kan de Nederlandse rechter rechtsmacht uitoefenen indien een gerechtelijke procedure in het buitenland onmogelijk is dan wel slechts bezwaarlijk gevoerd kan worden. In de hoofdstukken 4en 5is aandacht besteed aan deze twee rechtsmachtscheppende fora in het Nederlandse commune jurisdictierecht.