Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/9.10
9.10 Amerika en forum non conveniens: enige rechtsvergelijkende opmerkingen
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434199:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Op dit punt verschilt de Amerikaanse forum non conveniens-leer niet van art. 15 Verordening Brussel Ilbis. Onder de verordening verklaren de formeel bevoegde gerechten van een lidstaat zich forum non conveniens indien 'naar hun inzicht een gerecht van een andere lidstaat waarmee het kind een bijzondere band heeft beter in staat is de zaak of een specifiek onderdeel daarvan te behandelen'.
Hierbij past de volgende kanttekening. Uit hoofdstuk 2 is gebleken dat het forum non conveniens uit art. 429c Rv oud wel gevoelig was voor het ontbreken van een bevoegd buitenlands forum. De Nederlandse rechter zag ervan af om zich forum non conveniens te verklaren indien dat zou leiden tot `déni de justice'. Onder 'nieuw' Rv zal de Nederlandse rechter zich bevoegd achten indien een gerechtelijke procedure in het buitenland onmogelijk blijkt (art. 9 sub b Rv).
Dit geldt ook voor art. 15 Verordening Brussel 'Ibis (zie lid 5).
Zie voor de verschillende vormen van forum non conveniens: Fawcett (ed.) (1995).
Het laatste hoofdstuk van deze studie, hoofdstuk 8, verschaft mede aan de hand van een Amerikaanse beslissing inzake productaansprakelijkheid enig inzicht in de Amerikaanse forum non conveniens-leer. Anders dan in het Europese jurisdictierecht vindt forum non conveniens in Amerika — behalve in personen- en familierechtelijke zaken vooral toepassing in vermogensrechtelijke zaken. De Amerikaanse rechter verklaart zich forum non conveniens indien hij van mening is dat het Amerikaanse forum `a seriously inappropriate forum' is, terwijl de eiser zich kan wenden tot een 'more appropriate forum abroad' (par. 8.1). Uit par. 8.2 is gebleken dat de Amerikaanse forum non conveniens-leer met name bedoeld is om de verstrekkende rechtsmachtgronden, zoals bijvoorbeeld de `tag'-jurisdictie of de jurisdictie gebaseerd op de Alien Tori Claim Act (ATCA), te beknotten. De vraag of de Amerikaanse rechter forum non conveniens is, valt uiteen in de volgende deelvragen. Bestaat er een alternatief bevoegd gerecht in het buitenland? Een basisvereiste voor iedere forum non conveniens-toets is dat vast komt te staan dat de eiser, nadat de Amerikaanse rechter zich forum non conveniens heeft verklaard, zijn vordering aanhangig kan maken bij een ander alternatief bevoegd gerecht (`adequate alternative forum abroad'). De Amerikaanse beslissing tot forum non conveniens mag er niet toe leiden dat de eiser in een rechtsmachtvacubm belandt. De alternatieve forumstaat moet voor de eiser zowel juridisch als feitelijk toegankelijk zijn. Voorts moet de gerechtelijke procedure aldaar met de nodige processuele waarborgen zijn omkleed (`fair trial') (par. 8.3). Na lokalisatie van een alternatief forum wordt aan de hand van de zgn. `balancing test' bepaald welke van de in casu voor de eiser beschikbare fora beschouwd kan worden als 'the more appropriate forum for trial' (par. 8.4). De `balancing test' berust op een afweging van verschillende belangen: (1) de 'private interest factors' die betrekking hebben op de belangen van partijen (bijv. ligging van bewijs, mogelijkheid van een descente, kostenbesparing, etc. (par. 8.4.1)), en (2) de 'public interest factors' die betrekking hebben op het algemeen belang (bijv. tegengaan van forumshopping, juryplicht, toepassing van buitenlands recht, executiemogelijkheden, etc. (par. 8.4.2)). Indien de Amerikaanse rechter beslist om zich forum non conveniens te verklaren, verbindt hij aan zijn beslissing doorgaans een aantal voorwaarden die zich tot de gedaagde richten (`conditioning', par. 8.5). Hiermee wordt de gedaagde verplicht om zich (in de aanloop tot) de buitenlandse procedure jegens de eiser cooperatief op te stellen door bijvoorbeeld geen onbevoegdheidsverweer te voeren, bewijsmateriaal toegankelijk te maken en vrijwillig mee te werken aan de tenuitvoerlegging van een eventueel veroordelende beslissing van de buitenlandse rechter. Schendt de gedaagde een of meer voorwaarden, dan kan de eiser om hervatting van de Amerikaanse procedure vragen.
Uit hoofdstuk 8is gebleken dat de Amerikaanse forum non conveniens-leer in velerlei opzichten verschilt van de forum non conveniens-varianten uit het Nederlandse commune bevoegdheidsrecht (art. 4 lid 3 sub b Rv) en de Verordening Brussel 1Ibis (art. 15). De Amerikaanse forum non conveniens-leer is veel gedetailleerder uitgewerkt alsmede veel omvattender. Terwijl de toepassing van forum non conveniens zich in het Nederlandse recht en de Verordening Brussel Ilbis beperkt tot zaken van ouderlijke verantwoordelijkheid, beslaat de Amerikaanse forum non conveniens-leer in beginsel zowel vermogensrechtelijke als personen- en familierechtelijke zaken. In het Nederlandse recht gaat de rechter na of hij zich, gelet op de binding van de zaak met de rechtssfeer van Nederland in staat acht het belang van het kind naar behoren te beoordelen. Het gaat om het belang van het kind in combinatie met een toets van voldoende verbondenheid. Ook onder art. 15 Verordening Brussel Bbis draait het om het belang van het kind. In de Amerikaanse forum non conveniens-leer spelen vele belangen een rol: het belang van ieder der partijen, maar ook van de Amerikaanse en de buitenlandse forumstaat. De Amerikaanse rechter gaat uitgebreid na welke praktische en juridische voordelen en/of bezwaren (toegankelijkheid van bewijs, kosten, toepasselijk recht, tegengaan van forumshopping, etc.) gemoeid zijn met behandeling van de zaak in ieder van de beschikbare fora. Ligt in het Nederlandse commune recht de nadruk op de ongeschiktheid van het eigen forum, bij de Amerikaanse forum non conveniens-leer gaat het om de vraag of een alternatief bevoegd gerecht in het buitenland geschikter is om van de zaak kennis te nemen.1 De aanwezigheid van een geschikter alternatief forum in het buitenland is een basisvereiste onder de Amerikaanse forum non conveniens-leer. Dit vereiste wordt ook gesteld in art. 15 Verordening Brussel Ilbis, maar niet, althans niet expliciet onder het Nederlandse commune recht2 En, ten slotte, is er ook een verschil in het procesrechtelijke gevolg van een forum non conveniens-beslissing. Indien de Nederlandse rechter zich forum non conveniens acht, verklaart hij zich onbevoegd (art. 4 lid 3 sub b Rv).3 Wanneer de Amerikaanse rechter zich forum non conveniens verklaart, komt zijn bevoegdheid strikt genomen niet te vervallen. Hij weigert zijn rechtsmacht uit te oefenen, terwijl de zaak proces-technisch gezien bij hem aanhangig blijft. Dit hangt samen met de mogelijkheid die de eiser heeft om hervatting van de Amerikaanse procedure te vragen, indien een gerechtelijke procedure in het alternatief bevoegde gerecht niet mogelijk is gebleken. In het licht van al deze verschillen zou men zich kunnen afvragen of de toets van voldoende verbondenheid uit art. 429c Rv oud en het belang van het kind-criterium uit art. 4 lid 3 sub b Rv wel als verschijningsvormen van het forum non conveniensleerstuk kunnen worden beschouwd.4 Wat hiervan te denken? Voorop dient te worden gesteld dat hét forum non conveniens-leerstuk niet bestaat. Het leerstuk kent een grote diversiteit in verschijningsvormen en komt in uiteenlopende gedaantes voor in diverse rechtsstelsels.5 Welke de verschijningsvorm ook is, steeds gaat het erom dat een formeel bevoegd gerecht een discretionaire beoordelingsvrijheid heeft om van geval tot geval te beoordelen of de uitoefening van de hem toekomende bevoegdheid gerechtvaardigd is. Bij de beantwoording van deze vraag kunnen, afhankelijk van de verschijningsvorm van forum non conveniens, verschillende factoren in aanmerking worden genomen. Accentverschillen zullen er zijn. Mijn conclusie is dat de toets van voldoende verbondenheid uit art. 429c Rv oud voldoet aan de omschrijving van forum non conveniens. Dat geldt ook voor het belang van het kind-criterium uit art. 4 lid 3 sub b Rv. In beide gevallen gaat het om een geheel eigen Nederlandse variant van het forum non conveniens-leerstuk, waarbij de Nederlandse rechter een afweging maakt of de uitoefening van rechtsmacht gelet op de binding van de zaak met de Nederlandse rechtssfeer gerechtvaardigd is. Het ontbreken van deze binding behoeft echter niet altijd in de weg te staan aan de uitoefening van rechtsmacht. Immers, nood schept rechtsmacht. Zowel bij forum (non) conveniens als forum necessitatis gaat het steeds om gewogen rechtsmacht.