Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/9.5:9.5 Forum necessitatis: de Nederlandse rechter als noodforum
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/9.5
9.5 Forum necessitatis: de Nederlandse rechter als noodforum
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS435520:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
L. Strikwerda, 'Het forum necessitatis in verzoekschriftprocedures', in: R.J.C. Flach e.a. (red.), Amice (Rutgers-bundel), Deventer: Kluwer 2005, p. 329-335.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit hoofdstuk 4is gebleken dat het forum conveniens geen rechtsmacht wegneemt, maar deze juist schept. Dat geldt ook voor de in art. 9 sub b en sub c Rv opgenomen regeling inzake het forum necessitatis of de noodbevoegdheid. De regeling van het forum necessitatis verdient instemming in het licht van het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht van toegang tot de rechter. Indien geen rechtsmacht volgt op basis van de gebruikelijke bevoegdheidsgronden uit het Nederlandse commune recht, kan de Nederlandse rechter zich als een noodforum internationaal bevoegd verklaren als een procedure in de voor de aanlegger relevante buitenlandse jurisdicties onmogelijk blijkt (negatief rechtsmachtconflict, oorlog, natuurramp, revolutie, etc.). Art. 9 sub b Rv vereist voor deze absolute variant van forum necessitatis niet dat de zaak op enige wijze met de rechtssfeer van Nederland is verbonden (par. 5.6). Dat is anders bij de afgezwakte of relatieve vorm van forum necessitatis in art. 9 sub c Rv. In deze afgezwakte vorm verklaart de Nederlandse zich bevoegd indien het onaanvaardbaar is om van de eiser te vergen dat hij zich tot een bevoegd gerecht in het buitenland wendt (bijv. 'fair trial' is niet gewaarborgd, oorlog of natuurramp). De eiser zou een in de omstandigheden van het geval van hem niet te verwachte inspanning moeten leveren om een beslissing van de buitenlandse rechter te verkrijgen. Art. 9 sub c Rv vereist dan wel dat de zaak voldoende met de Nederlandse rechtssfeer verbonden is. Volgens de Memorie van Toelichting is hiervan in ieder geval sprake indien de eiser zijn woonplaats in Nederland heeft (par. 5.7.1). Blijkens de wettekst beperkt art. 9 sub c Rv zich tot dagvaardingszaken (par. 5.7.2).
In hoofdstuk 5is mede aan de hand van rechtspraak uiteengezet in welke gevallen de Nederlandse rechter zich als een forum necessitatis bevoegd zou kunnen achten. In par. 5.7.9 is de vraag aan de orde gesteld of de Nederlandse rechter op basis van art. 9 sub c Rv rechtsmacht kan uitoefenen op de grond dat de proceskosten in de buitenlandse procedure excessief hoog zijn. Deze vraag heeft zich in de Nederlandse rechtspraak nog niet voorgedaan. In de literatuur wordt hierover verschillend gedacht, doch er lijkt een meerderheid te bestaan voor een restrictieve uitleg. Ik sluit mij aan bij de opvatting dat excessief hoge proceskosten in het buitenland op zich zelf genomen de Nederlandse rechter nog niet tot een forum necessitatis maken. In par. 5.7.3 is een andere — door Strikwerda opgeworpen -1 vraag aan de orde gesteld, te weten of het relatieve forum necessitatis tevens toepassing zou moeten vinden in de verzoek-schriftprocedures genoemd in art. 4 Rv (echtscheiding) en art. 5 Rv (zelfstandige zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid). Zowel de absolute als relatieve vorm van forum necessitatis beperken zich tot uitzonderlijke gevallen waarin nood dreigt. Het betreft een ultimum remedium. Uit de bestudeerde rechtspraak blijkt dat in de rechtspraktijk te pas en te onpas een beroep wordt gedaan op het forum necessitatis teneinde in Nederland een bevoegd noodforum te vinden. Zo is de Nederlandse rechter als noodforum geadieerd bijvoorbeeld op grond van de onbekendheid met het buitenlandse rechtssysteem of de lange procesduur in het buitenland (par. 5.7.4). Gelukkig stellen Nederlandse gerechten zich terughoudend op met het aannemen van een forum necessitatis-bevoegdheid. Uit de rechtspraak zijn mij twee gevallen bekend waarin de Nederlandse rechter zich op plausibele gronden als een noodforum bevoegd heeft verklaard. In Rb. Rotterdam 4 juni 2003, NIPR 2004, 158 betrof het een geval waarin het van de Nederlandse eiser, als gevolg van de (nasleep van de) Amerikaanse invasie in hak niet gevergd kon worden om zich tot de gerechten in hak te wenden (par. 5.7.5). En in Hof ' s-Gravenhage 21 december 2005, NJF 2006, 154 ging het om een gemeenschappelijk echtscheidingsverzoek van twee in Malta wonende partijen waarvan de vrouw Nederlandse was. Zij adieerden de Nederlandse rechter omdat het Maltese recht de mogelijkheid van echtscheiding niet kent (par. 5.6.6, zie ook par. 6.4.3).
Mijn verwachting is dat het beroep op de Nederlandse forum necessitatis-regeling verder zal toenemen. De huidige forum necessitatis-regeling in art. 9 sub b en sub c Rv nodigt daartoe uit. Om het uitzonderlijke karakter van deze noodbevoegdheid nog eens te benadrukken alsmede om tegemoet te komen aan een aantal in dit hoofdstuk geuite bezwaren (forum necessitatis is samen met de stilzwijgende forumkeuze `weggestopt' in art. 9 Rv (par. 5.2), in art. 9 sub c Rv staat de verbondenheid van de zaak met Nederland centraal, terwijl de bezwaarlijkheid om in het buitenland te procederen slechts aanvullend lijkt (par. 5.7) en art. 9 sub c Rv beperkt zich tot dagvaardingsprocedures terwijl het ook van belang zou kunnen zijn voor bepaalde verzoekschriftprocedures (par. 5.7.3)), kan overwogen worden om de Nederlandse regeling inzake het noodforum in een apart artikel op te nemen. Dit artikel zou bijvoorbeeld als volgt kunnen komen te luiden:
`Komt de Nederlandse rechter op grond van de artikelen 2 tot en met 8 geen rechtsmacht toe, dan heeft hij in uitzonderlijke gevallen niettemin rechtsmacht indien:
(a) een gerechtelijke procedure in het buitenland volstrekt onmogelijk blijkt; of
(b) het onaanvaardbaar is om van de aanlegger te vergen dat hij de zaak onderwerpt aan het oordeel van een gerecht in het buitenland, mits de zaak voldoende aanknopingspunten met de rechtssfeer van Nederland heeft.'