Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/9.7:9.7 Verordening Brussel IIbis en forum non conveniens
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/9.7
9.7 Verordening Brussel IIbis en forum non conveniens
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS437957:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over forum necessitatis in de Verordening Brussel IIbis en de EEX-Verordening, par. 6.4.3 resp. 7.2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na behandeling van het Nederlandse commune recht is in de hoofdstukken 6en 7 aandacht besteed aan de positie die met name het forum non conveniens inneemt in de Verordening Brussel IIbis en de EEX-Verordening (resp. het EEX-Verdrag).1Hoofdstuk 6 handelt over de Verordening Brussel IIbis. De Verordening Brussel IIbis (Vo-BILIbis) heeft een alomvattende rechtsmachtregeling ter zake van echtscheidingen en de ouderlijke verantwoordelijkheid in het leven geroepen. Deze verordening geldt vanaf 1 maart 2005 voor alle lidstaten van de Europese Unie, met uitzondering van Denemarken. Anders dan haar voorloper, de Verordening Brussel II, is het toepassingsgebied van de nieuwe verordening niet beperkt tot gemeenschappelijke kinderen. Bovendien ziet de Verordening Brussel IIbis op alle zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid, onverschillig of deze tijdens een echtscheidingsprocedure of in een zelfstandige procedure aan de orde worden gesteld. Bij het opstellen van de bevoegdheidsregels ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid heeft het belang van het kind, naast het criterium van de nauwste verbondenheid, een belangrijke rol gespeeld. De hoofdregel is dat de gerechten van de lidstaat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, bevoegd zijn om van een zaak kennis te nemen (par. 6.5.1). In het belang van het kind is voorzien in een aantal specifieke uitzonderingen, bedoeld voor gevallen waarin de tussenkomst van de gerechten in een andere lidstaat dan die waar het kind gewoonlijk verblijft, is gerechtvaardigd (par. 6.5.2). Hierbij kan worden gedacht aan de mogelijkheid van beperkte forumkeuze (art. 12 Vo-BIIbis, par. 6.5.5).
Het belang van het kind vereist enige flexibiliteit van de bevoegdheidsregeling. Daarin is voorzien met de forum non conveniens-regeling in art. 15 Vo-BIIbis. Op grond van art. 15 kan het gerecht in een lidstaat dat ten gronde bevoegd is om over de zaak te oordelen, afzien van de uitoefening van rechtsmacht opdat de zaak ter verdere behandeling verwezen kan worden naar het gerecht in een andere lidstaat waarmee het kind een bijzondere band heeft. Hiermee is een geheel eigen, op het belang van het kind geënte forum non conveniens-variant in het leven geroepen (par. 6.6). Een forum non conveniens-verwijzing is beperkt tot uitzonderlijke gevallen en vindt alleen plaats indien het belang van het kind daarom vraagt. Art. 15 Vo-BILIbis bevat met name procedurele regels die een forum non conveniens-verwijzing in goede banen moeten leiden. Het bepaalt onder andere welke gerechten in lidstaten een verwijzing kunnen initiëren (par. 6.6.3), welke gerechten van lidstaten in aanmerking komen voor de inontvangstneming van een verwijzing (par. 6.6.4) en wat de gevolgen zijn van de aanvaarding of weigering van een verwijzing (par. 6.6.8-6.6.9). Art. 15 Vo-BIIbis onderscheidt twee mogelijkheden. In de eerste plaats een forum non conveniens-verwijzing met tussenkomst van de partijen waarin partijen zelf een verwijzingsverzoek instellen bij het gerecht in een andere lidstaat (par. 6.6.7.1). Ten tweede, een forum non conveniens-verwijzing zonder tussenkomst van partijen waarin het verwijzende en het ontvangende gerecht onderling een forum non conveniens-verwijzing realiseren (par. 6.6.7.2). Ondanks het gegeven dat de forum non conveniensregeling op een aantal punten niet geheel duidelijk is (bijv. ten aanzien van de appellabiliteit van forum non conveniens-beslissingen, par. 6.6.10), ben ik van mening dat art. 15 Vo-BIIbis een welkome aanvulling kan zijn op de bevoegdheidsregels van de verordening. Het forum non conveniens-mechanisme zou een nuttige rol kunnen vervullen, omdat het belang van het kind nu eenmaal enige rek en flexibiliteit van het jurisdictierecht vereist. Wel dient er voor gewaakt te worden dat art. 15 Vo-BI:Ibis in de praktijk aanleiding geeft tot onnodige bevoegdheidsgeschillen tussen de ouders van het kind.