Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.2.1:17.6.2.1 Algemeen
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.6.2.1
17.6.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS500783:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtspraak van de HR over de mogelijke betekenis van het recht tegen gedwongen zelfbelasting voor de fiscale inzageplicht is in ontwikkeling. Hier zijn vooral drie arresten van belang die in hoofdstuk 16 al ter sprake kwam in het kader van de procedurele scheiding die de HR aanbrengt tussen de fiscale heffings- en sanctiesfeer. Die betreffen het arrest van de belastingkamer van de HR van 21 maart 2008, nr. 43 050, en de arresten van de civiele kamer van de HR van 12 juli 2013, nr. 12/01880, en 24 april 2015 nr. 14/02414. Terwijl de belastingkamer in 2008 impliciet rekening lijkt te houden met de toepasselijkheid van het recht tegen gedwongen zelfbelasting op de inzageplicht ex art. 47, lid 1, onder b AWR, erkent de civiele kamer vijf jaar later uitdrukkelijk dat de gedwongen afgifte van wilsafhankelijk materiaal met dit recht in strijd kan komen. Twee jaar nadien geeft deze kamer (uitdrukkelijk) invulling aan het onderscheid tussen wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk bewijsmateriaal.