De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.5.7:9.5.7 De zaak Meavita: enquête naar boven
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.5.7
9.5.7 De zaak Meavita: enquête naar boven
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS379450:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 14 april 2010, JOR 2010/185 m.nt. Bartman (Meavita), r.o. 3.6 in combinatie met 3.7. Bij beschikking 30 mei 2011, JOR 2011/219 m.nt. Bartman (Meavita) verklaart de OK vakbond Abvakabo ook enquêtebevoegd bij twee stichtingen die via de personele unie vanaf 2007 deel uitmaakten van de Meavitaconcern. Die stichtingen zijn op 1 februari 2009 verzelfstandigd en vallen dus niet in het faillissement van het concern.
OK 14 april 2010, JOR 2010/185 m.nt. Bartman (Meavita), r.o. 3.6.
Zie § 6.4.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Meavita-concern staat de stichting Meavita Nederland aan de top van het concern. Zij stuurt de andere stichtingen en de vennootschappen van het concern aan. Het bestuur van Meavita Nederland vormt een personele unie met de besturen van de vier onder haar ressorterende stichtingen die optreden als ‘subhoudsters’. De voorzitter van het bestuur van de Meavita Nederland is tevens (feitelijk) voorzitter van alle overige stichtingen en BV’s. De OK overweegt dat Meavita Nederland en de subhoudsters deel uitmaken van dezelfde economische en organisatorische eenheid, “zodat de rechtspersonen kunnen worden aangemerkt als een concern in de hier bedoelde zin”. Gelet op de inmiddels vaste jurisprudentie dat een vakbond enquêtebevoegd is bij concernvennootschappen van de rechtspersoon waar haar leden werkzaam zijn, oordeelt de OK dat AbvaKabo FNV ontvankelijk is in haar enquêteverzoek bij de moederstichting en de overige stichtingen en dochtervennootschappen die tot het concern behoren.1 De OK gaat er in deze zaak overigens primair van uit (bij gebrek aan enige aanwijzing voor het tegendeel) dat het aantal Abvakabo-leden evenredig over het Meavita-concern zijn verdeeld, zodat het enquêteverzoek van de vakbond bij alle rechtspersonen in eerste instantie rechtstreeks ontvankelijk is.2
In Meavita beoordeelt de OK de ontvankelijkheid van de vakbond (mede) aan de hand van de omstandigheid dat de rechtspersonen tot dezelfde economische en organisatorische eenheid behoren en “in die zin een concern vormen”. Een economische en organisatorische eenheid kan een belangrijke indicator zijn voor de toewijzing van een concernenquête, maar groepsverbondenheid op zich is niet voldoende. De uitspraak van de Hoge Raad in Landis leert immers dat die groepsrelatie dermate hecht moet zijn dat geen beleidsvrijheid bij de dochter(s) resteert.3Ik meen gelet op de Landis- doctrine dat de OK, om tot enquêtebevoegdheid van AbvaKado FNV te komen, had moeten vaststellen dat een zelfstandig bepaald en gevoerd bestuursbeleid bij de ondergeschikte rechtspersonen ontbreekt.